Kolven voor je prematuur

Kolven voor je prematuur

Vanmorgen kwam ik een artikel tegen van Ouders van Nu: Tips om ontspannen te kolven. Even dacht ik, leuk om te delen op de Kleine Kanjers Facebook pagina. Maar toen ik er over nadacht, besefte ik dat onze meeste lezers deze algemene tips wel kennen. Want wie weet er meer van de ins en outs van kolven dan de moeder van een prematuur geboren baby? Voor mij is het inmiddels alweer acht jaar geleden. Een paar weken terug was mijn oudste jarig en rond de dag waarop ik dit schrijf, mocht ik hem acht jaar geleden bijna mee naar huis nemen. Full time kolven was toen inmiddels dagelijkse en nachtelijke routine en zou dat nog een paar maanden blijven.

Ontspannen kolven klinkt geweldig! Maar dit wordt een blog over kolven terwijl je baby in het ziekenhuis ligt en je ervoor moet zorgen dat je productie op peil blijft in een stressvolle situatie, soms met andere moeders op een kamer, terwijl je zelf misschien nog herstellende bent van ziekte of complicaties. Dit is niet makkelijk en gaat niet vanzelf. Hieronder een aantal dingen die mij destijds hebben geholpen de borstvoeding op gang te brengen en te houden.

Zo veel mogelijk buidelen

Buidelen is goed voor jou en goed voor je baby. Hierover hebben we al veel geschreven, maar lees bijvoorbeeld dit blog eens over waarom buidelen zelfs als medicijn kan worden beschouwd. Door te buidelen maakt je lichaam oxytocine aan. Dit wordt ook wel het “knuffelhormoon” genoemd. Door de aanmaak van dit hormoon raak je gehecht aan je baby, maar het zorgt er ook voor dat je borstvoeding op gang komt. Je kunt de werking soms letterlijk voelen: wanneer je je baby op je borst krijgt of misschien zelfs als wanneer je hem alleen al hoort huilen, kunnen je tepels beginnen te prikken en gaat de melk soms spontaan stromen. Door veel te buidelen maakt je lichaam steeds meer oxytocine aan, wat een gunstig effect heeft op de kans van slagen van borstvoeding.

Oxytocine is bovendien een tegenhanger van cortisol, een stresshormoon. Zoals je misschien al verwacht, is stress juist niet bevorderlijk bij het kolven. Wanneer het toch al niet vanzelf gaat, is cortisol het laatste wat je kunt gebruiken. Het zorgt ervoor dat je lichaam in de “vecht of vlucht-stand” gaat. Huid op huid contact met je baby zorgt voor een diepe ontspanning en de aanmaak van oxytocine zorgt voor een afbraak van cortisol. Eén plus één is twee.

Kijken naar een foto van je baby

Heel mooi allemaal, maar wat als je nog niet kunt buidelen? Bijvoorbeeld doordat je zelf ziek bent of doordat je baby niet stabiel genoeg is? Wanneer je baby in de couveuse ligt en jij hem niet vast kunt houden, of zelfs op een andere afdeling of verdieping ligt, gaat kolven niet vanzelf. Je hebt net te horen gekregen dat jouw melk de beste voeding is voor je baby, dus je wilt niets liever dan dit voor hem doen. Maar daar lig je dan met je pas bevallen lichaam, zonder baby en met een pomp naast je bed die ervoor moet zorgen dat er twee kleine flesjes gevuld worden. Het is dan fijn als iemand, bijvoorbeeld een verpleegkundige of je partner, je een foto kan brengen van je kindje. Wanneer je hier onder het kolven naar kijkt, zal de melk meestal makkelijker toeschieten.

Elke twee uur kolven

Door elke twee uur te kolven, zorg je ervoor dat de productie goed op gang komt en blijft. Een a terme baby drinkt ook ongeveer elke twee uur aan de borst (nou ja dat zeggen ze, elke baby is natuurlijk weer anders) en dat is niet voor niets. Het is een hele opgave, vooral als je ook ’s nachts kolft. Doe dit liefst minstens een keer per nacht, maar vergeet niet dat ook rust goed is voor je melkproductie.

Kolven op de lichtste stand waarbij nog wel melk komt

Wanneer je baby veel te vroeg is geboren, of wanneer je bijvoorbeeld erg ziek bent (geweest) of een keizersnede hebt gehad, komt de borstvoeding niet altijd vanzelf op gang. Misschien heb je de neiging om de kolf op de hardste stand te zetten, omdat het niet zo goed lukt en je zo vreselijk graag wilt dat dat flesje gevuld wordt. Doe dit alsjeblieft niet, want hiermee maak je je tepels kapot en raak je nog verder van huis. Veel beter is het om, als je dit op kunt brengen, nog wat vaker te gaan kolven (om het uur in plaats van om de twee uur en sla nu zeker de nacht liever niet over), maar wel op de lichtste stand waarop er nog melk komt. Deze manier is vriendelijker voor je tepels. Wanneer je de kolf steeds op de zwaarste stand zet, kan je last krijgen van hevige pijn en kapotte tepels, waardoor de melk minder makkelijk of misschien zelf wel niet meer toeschiet.

Als het kan, kolven met je baby vlakbij je

Wanneer je baby stabieler en/of ouder is en het mogelijk is, helpt het om te kolven wanneer je naast zijn couveuse of bedje zit. Nog mooier is als je kunt kolven tijdens het buidelen of wanneer je baby aan je andere borst drinkt. Dit werkt twee kanten op: het kolven helpt je baby te drinken want door te kolven zal de melk vanzelf gaan stromen, en doordat je baby zo dichtbij is en voor een toeschietreflex zorgt, gaat het kolven makkelijker.

Als het niet lukt…

Wees niet ontmoedigd wanneer het jou niet lukt. Borstvoeding geven aan een prematuur kan zwaar zijn en gaat bijna nooit vanzelf. Wanneer je ziek bent (geweest), verzwakt door de bevalling, veel zorgen hebt of overweldigd door de achtbaan waarin je terecht bent gekomen, kan kolven gewoon even teveel zijn om er bij te hebben.

Je bent nu misschien wel kwetsbaarder dan je ooit bent geweest en het kan voelen alsof het geven van jouw melk het enige is wat je op dit moment voor je baby kunt doen. Wanneer het niet vanzelf gaat, vraag dan hulp aan een lactatiekundige in het ziekenhuis of iemand van Borstvoeding Natuurlijk of La Leche League. Maar vergeet niet dat niet jouw melk, maar jij het allerbelangrijkste bent voor je baby! Wanneer jij goed voor jezelf zorgt, kan je er beter voor je baby zijn en deze periode beter volhouden.

Hanneke

Hanneke

Hanneke is moeder van twee jongens (32 en 36 weken), grafisch ontwerper en eigenaar van ontwerpbureau Tangram Studio. Zij gaf het Babyboek voor Prematuren uit en is één van de oprichters van Kleine Kanjers.
En dan ineens maak je melk

En dan ineens maak je melk

Misschien dacht je er tijdens je zwangerschap nog over na: ga ik borstvoeding geven of kiezen we voor kunstvoeding? Maar dan ineens word je kindje te vroeg geboren en krijg je te horen dat er op dat moment maar één ding is dat het beste is voor je kindje: moedermelk.

Het ligt eraan hoeveel weken te vroeg je kindje is geboren dat hij of zij al aangelegd worden aan de borst. Maar in veel gevallen kost dit teveel energie en krijgt de baby de moedermelk uit een spuitje via de sonde. Maar waarom is moedermelk het beste voor premature baby’s? Ik heb dit tijdens een interview voor mijn boek ‘Een giraf is geen aap’ aan dokter De Boode van het Radboudumc gevraagd.

Zijn antwoord: ‘In moedermelk zitten bepaalde bacteriën die een beschermende werking hebben. Daarnaast heeft moedermelk een stimulerende invloed op het darmstelsel van het kind. Bij premature baby’s zijn de darmen nog vol in ontwikkeling en heeft het de beschermende bacteriën nodig, mede gezien de hogere vatbaarheid voor ziekten. De moedermelk zit vol ingrediënten die de baby op dat moment nodig heeft. Dat is een natuurlijk proces. Het is dan ook onmogelijk – hoe goed wij in Nederland nu ook al zijn in het produceren van kunstvoeding – om dit volledig na te maken en de kunstvoeding 100% te laten aansluiten op wat de premature baby’s op dat moment nodig hebben.’

Ik was net aangekomen in het academisch ziekenhuis en dacht: is dit echt allemaal gebeurd? Volgens mij was het rond 3.30u ’s nachts toen de zuster aankwam met een kolfmachine. Ik had er tot dat moment helemaal niet over nagedacht dat ik al zou moeten beginnen met melk te produceren. Überhaupt was ik er nog niet over uit of ik wel borstvoeding wilde geven. Maar er werd toegelicht dat dit heel belangrijk is voor Tygo en het beste voor hem. Op dat moment ging de toelichting waarom precies aan me voorbij, maar als dit het beste is voor Tygo, dan gaan we dat natuurlijk proberen. Daar lag/zat ik dan in bed, 2 kolven ‘erop’ en 15 minuten zitten. Hoe trots was ik dat ik al een paar ml had! Tygo dronk op dat moment per voeding nog maar 2 ml dus het was ook genoeg. Ik kan het, het lukt het! Dat was fijn en gaf me heel veel vertrouwen. En dat vertrouwen heb je echt nodig, ben ik achter gekomen.

Daar lag/zat ik dan in bed, 2 kolven ‘erop’ en 15 minuten zitten. Hoe trots was ik dat ik al een paar ml had!

Je voelt een grote druk. Wat als je te weinig produceert? Dit kan door verschillende redenen al gebeuren: oververmoeidheid, stress, slecht drinken en slecht eten. Nou en zijn dat nu precies de ingrediënten die een couveusemama vaak meemaakt: stress, slecht slapen en geen tijd (nemen) voor goed drinken en eten. Kortom het is bijna een ‘mission impossible’ om de gehele periode dat jouw kindje in het ziekenhuis ligt (en de periode daarna) vlekkeloos door het hele borstvoedingstraject te gaan (naar mijn mening).

Gelukkig is er veel aandacht vanuit zowel de kraamafdeling als op de NICU/couveuseafdeling voor de voeding richting de mama’s. Je krijgt tips over borstvoeding en kolven, ook van de lactatiedeskundigen uit het ziekenhuis. Alle mogelijke spullen staan voor je klaar van kolfmachines tot crèmes.

Maar mama’s wij verdienen toch echt wel een dubbeldikke schouderklop vind ik, want verdorie wat is het pittig naast het ziekenhuistraject! Om de drie uur kolven of aanleggen. Alles staat op springen op het moment als je te lang tussen het kolven/een voeding laat zitten en misschien komt er zelfs wel een hele mooie melkvlek tevoorschijn op je blouse/shirt omdat ‘het er gewoon even uitloopt’.
Vlak voordat Tygo naar huis mocht ben ik een keer ’s avonds laat naar het ziekenhuis gereden. Het ziekenhuis had gebeld dat ze één voeding te weinig hadden voor Tygo, ik had te weinig melkvoorraad gemaakt zeg maar. Vanaf dat moment ging het in mijn hoofd zitten. Wat als ik nou niet meer voldoende maak?

Ik kan me zo goed voorstellen dat als het niet gelijk lukt de productie op gang krijgen, dat je je als couveuse mama heel erg verdrietig voelt. Dat het misschien voelt als falen. Je wilt zo graag het beste voor je kindje maar het lukt je niet. Ik kreeg dat gevoel een beetje de periode na de rit ’s avonds naar het ziekenhuis. Je bent er zo mee bezig met voldoende produceren en dan lukt het juist helemaal niet.

Of dat je om welke reden dan ook niet klaar bent voor borstvoeding. Je bent een couveusemama die niet gaat kolven of borstvoeding gaat geven. Je voelt je misschien aangekeken omdat je het niet eens wil proberen. Maar ik denk dat een vroeggeboorte zoveel impact op de ouders kan hebben, dat je op dat moment soms niet meer kunt relativeren of dat soort belangrijke keuzes kan maken. Dat je je terugtrekt in je eigen veilige haven en genoeg hebt aan jezelf. Dat alleen al het denken aan moedermelk maken je teveel is.

En dan op zoek naar de juiste kunstvoeding. Wat een uitzoek is er in melkpoeder! Ik vind het knap dat wij er in Nederland zo goed in zijn geslaagd om voor diverse situaties (reflux, koemelkallergie en ga zo maar door) toch goede alternatieve voeding voor de baby’s te maken in plaats van moedermelk.

Ik denk persoonlijk dat we er soms te makkelijk over denken. Je doet het niet ‘zomaar’ even, je kindje moedermelk laten drinken. Het is echt een hele opgave en superknap als het lukt met borstvoeding. Wees dus ook voorzichtig met een mening hebben als iemand een premature baby heeft die geen moedermelk krijgt maar kunstvoeding. Want er kan veel meer aan de hand zijn dan dat de moeder ervoor kiest om geen moedermelk te geven.

Bianca

Bianca

Bianca is moeder van een meisje (overleden met 5 maanden zwangerschap) en een jongen (30 weken). Ze werkt als office manager en dansdocente. Bianca schreef Een giraf is geen aap, om meer bewustwording te creëren van wat voor impact een vroeggeboorte kan hebben. Niet alleen voor couveuseouders zelf, maar ook voor naasten.
Op de NICU van het VUmc krijgen alle baby’s moedermelk

Op de NICU van het VUmc krijgen alle baby’s moedermelk

Toen ik zwanger was bedacht ik dat ik graag borstvoeding zou willen geven, maar daarbij had ik nooit aan een kolfapparaat gedacht, laat staan zo’n dubbele kolfmachine op wieltjes uit het ziekenhuis. Maar wat was ik blij dat ik borstvoeding toch een kans kon geven, ondanks dat ons kindje veel te vroeg geboren werd!

Het begon met één ml en werd langzaam meer. Het leek zo weinig, maar was in het begin meer dan genoeg.

Gelukkig had ik uiteindelijk genoeg om het redelijk lang vol te kunnen houden, maar wat is kolven soms zwaar!

Ik wilde eigenlijk de hele dag naast de couveuse zitten. Maar ook dat kon, vaak kolfde ik naast de couveuse. Voor de productie is het eigenlijk alleen maar beter als je kolft terwijl je bij je kindje bent. Achter de gele gordijnen op de NICU was er altijd wel een moeder aan het kolven. Los van een verpleegkundige zag niemand dat, maar de hele zaal kon meeluisteren. Eén van de vele geluiden die mij nog steeds aan de NICU doen denken. En na het kolven was er vaak direct een andere moeder die het kolfapparaat over nam.

Maar ik zag ook moeders waarbij het niet zo makkelijk ging. Eén moeder waar ik vaak even mee kletste, kolfde voor haar twee hele kleine meisjes. Tot zij na een paar maanden niet meer genoeg had voor alle twee de meisjes en na het kolven moest kiezen naar welke van de twee haar melk ging… Hoe zou zij het hebben gevonden als het tekort aangevuld kon worden met melk uit de moedermelkbank?

Want dat is nu in het VUmc Amsterdam de realiteit. Vanaf deze week krijgen alle baby’s op de NICU borstvoeding. De voorkeur gaat natuurlijk uit naar de moedermelk van de eigen moeder, maar wanneer dit niet lukt of  niet kan, door bv medicatie, dan kan er gebruik gemaakt worden van de moedermelkbank.

Uit onderzoek is gebleken dat er voor te vroeg geboren baby’s veel voordelen zitten aan het geven van borstvoeding en daarom streven de ziekenhuizen in Nederland er naar om alle baby’s op de NICU moedermelk te geven. Het VUmc is het eerste ziekenhuis in Nederland dat ook werkelijk aan alle baby’s op de NICU moedermelk aanbiedt. Lees meer op de vumc.nl.

5 jaar

5 jaar

5 jaar geleden alweer, 5 jaar geleden pas. Oh, het gaat zo snel, maar
tegelijkertijd staat de wereld af en toe weer even stil. Net als toen,
op 6 juli 2009.

Onze wereld stond daarna drie maanden lang stil. Jij lag in het
ziekenhuis, een baby van anderhalve pond. Niet te bevatten, ook niet
na 5 jaar. Of liever gezegd, al helemaal niet meer na 5 jaar.

Al 5 jaar lang ben je onder behandeling bij de kinderarts-neonatoloog
vanwege je matige groei. Iedere afspraak blijft spannend. Iedere dag
werken we naar de volgende afspraak toe. De maaltijden, alle
maaltijden, leiden tot strijd en concessies. Alles om bij de volgende
afspraak weer redelijk tevreden naar huis te worden gestuurd. Alles om
te ontkomen aan groeihormonen, bloed prikken en medicijnen.

Al 5 jaar lang word je regelmatig doorgelicht. Je bent kerngezond, er
is – behalve je vroeggeboorte met bijbehorende groeiachterstand –
geen reden gevonden voor je stagnerende gewicht. Fijn? Ja, ontzettend
fijn dat het geen darmkanker of taaislijmziekte is. Fijn? Nee, want de
strijd om eten blijft. De onzekerheid blijft. De vragen blijven.

Al 5 jaar lang heb je buikpijn en darmproblemen. Bijna 5 jaar later
lijkt de oorzaak gevonden te zijn, maar we zijn er nog niet. De
medicijnen doen niet wat ze moeten doen. Verdriet om jouw verdriet en
het samen proberen te doorstaan. Samen de dingen eten die we eigenlijk
niet zo lekker vinden, maar die goed zijn voor jouw buikje. Samen
alles proberen en samen blijven hopen dat het een keer beter zal gaan.

Al 5 jaar lang sta ik bijna iedere dag even stil om naar je te kijken.
Al 5 jaar lang ben ik zo ontzettend dankbaar dat je bij ons mocht
blijven.

Al 5 jaar lang verwonder ik me om jouw wilskracht, jouw
doorzettingsvermogen en jouw prestaties. Al 5 jaar lang laat je me
versteld staan van jouw assertiviteit en openheid. Al 5 jaar lang mag
ik van jouw vrolijkheid en enthousiasme genieten. Al 5 jaar lang pak
je met je blauwe ogen en witte haren bijna iedereen in die jouw pad
kruist.

Al 5 jaar lang maak je mij zo verschrikkelijk trots en gelukkig.

5 jaar. Gefeliciteerd, lieve Ruben!

Borstvoeding

Borstvoeding

Als je zwanger bent zijn er een aantal dingen waar je over na moet denken. Één van die dingen is borstvoeding; ga je wel of niet proberen borstvoeding te geven. Ik besloot om het wel te proberen.

Bij 26 weken werd ons zoontje geboren. Binnen 6 uur na de geboorte kwam de vraag van de verpleegster “Wilt u borstvoeding gaan geven?” Nog steeds wilde ik het proberen, maar kan dat eigenlijk wel bij een geboorte na 26 weken? Haar antwoord was; jazeker en het is nog de beste voeding ook voor een premature baby.

Ik begon met kolven om de 3 uur. De eerste 2x had ik helemaal niets, maar bij de 3de keer begon er wat te komen. Jippie 1 druppel, wat kun je daar blij mee zijn zeg. Daar ging papa met een spuitje met 1 druppel, trots naar de verpleging.

De dagen daarna ging het steeds beter. Omdat ik niet precies wist of ik wel genoeg borstvoeding had bleef ik om de 3 uur kolven en s’nachts om de 4 uur. Na 8 weken werd mij duidelijk gemaakt dat ik s’nachts niet meer hoefde te kolven. Mijn productie was meer dan voldoende voor ons zoontje, en mijn nachtrust erg belangrijk.

18 mei 2012, vandaag mag ons zoontje wat snuffelen. Hij is nu sterk genoeg om te gaan oefenen met happen aan de borst. Om dit makkelijker te maken gebruik ik een tepelhoedje.
En ja hoor, het lukt. Een paar kleine slokjes, wat zijn we trots.

In de loop van de dagen gaat het steeds beter en wordt hij voor en na het aanleggen gewogen. Zo weten we ongeveer wat hij heeft gedronken. Borstvoeding die hij te kort krijgt wordt aangevuld met een flesje.

Dan is het zover, na 14 weken ziekenhuis mag ons zoontje mee naar huis. Nu wordt het spannend. Helaas drinkt hij nog niet volledig uit de borst, dus krijgt hij nog een klein flesje borstvoeding na. Omdat ik thuis meer bij hem kan zijn en het een ontspannende sfeer is, verwachten ze dat ik thuis ons zoontje volledig aan de borst kan krijgen. Ik heb de eerste 5 weken geprobeerd om hem volledig aan de borst te krijgen, maar helaas is het niet gelukt.

Mij was verteld dat je zo vaak mag aanleggen als je kindje wilt, en dat dit nooit te veel kan zijn. Echter was mij niet duidelijk verteld dat je een kindje wel kunt overvoeden. Ons zoontje wist niet wanneer hij moest stoppen met drinken. Hierdoor kreeg hij te veel voeding binnen en last van buikkrampen. Dit betekende dat hij soms 1 uur aan de borst lag en wanneer ik hem eraf haalde hij begon te huilen, wat leek alsof hij nog meer honger had. Zijn zuigreflex wilde meer, om zo de pijn in zijn buik te verminderen. Maar die pijn werd alleen maar meer door de overvoeding.

Na 5 weken was voor mij de maat vol. Ik had besloten om 1 dag alleen maar te kolven en dit via de fles te gaan geven. Meteen veranderde ons kindje in een heel ander kindje. We konden hem voor het eerst rustig in de box leggen.

Vanaf die dag ging ik weer volledig kolven. Alleen s’nachts en s’morgens, de eerste voeding, gaf ik nog de borst. De borst kreeg hij dan voor +/- 15 á 20 minuten en niet langer. Binnen die tijd dronk ons zoontje ook zijn flesje leeg, dus dan moest hij binnen die tijd ook goed uit de borst kunnen drinken. Voor ons werkte dit heel goed.

Na 2 borstontstekingen, en doordat ik iedere keer moest kolven en borstvoeding op de fles gaf, ben ik dit na 14 weken gaan afbouwen.
Op 14 oktober heb ik voor het laatst borstvoeding gegeven en 16 november heb ik voor het laatst gekolfd. In totaal heb ik het 33 weken volgehouden.

Mijn conclusie:
Het kunnen geven van borstvoeding is iets heel bijzonders, maar het gaat niet allemaal vanzelf!

 

Schuldgevoel… of verdriet?

Schuldgevoel… of verdriet?

“En ik kan me voorstellen dat het pijnlijk kan zijn om ‘Koester je kleintje’ te lezen, want het verdriet en de zorgen van de vroeggeboorte zullen op een bepaalde manier altijd bij je blijven als je het eenmaal hebt meegemaakt. En dat wat als ‘schuldgevoel’ of als ‘falen’ wordt beleefd, is in veel gevallen denk ik rouw, diep verdriet om wat verloren ging: een volledige zwangerschap, een fijne baring, een mooie kraamtijd en een lange borstvoedingsperiode waarin het zowel voor moeder als kind genieten was. Het is ook niet niks, om dat allemaal ‘kwijt te raken’, dus er weer mee in aanraking komen en de herinneringen wakker schudden, zal vast en zeker pijn geven.”

Onlangs kwam op de Facebook-pagina van Kleine Kanjers een draad voorbij waarin het onderwerp ‘schuldgevoel’ aan de orde kwam. Het is een topic dat in mijn vakgebied, lactatiekunde, een zeer ‘hot topic’ is. Het wordt geregeld (meer te onpas dan te pas, moet ik zeggen…) uit de kast getrokken en leidt vaak tot verhitte discussies. Hoe komt het, dat het onderwerp ‘borstvoeding’ zoveel heftige gevoelens losmaakt? En hoe komt het dat zorgverleners zich in hun voorlichting zo vaak bedienen van het argument: “We moeten tegen moeders niet praten over negatieve kanten van kunstmatige zuigelingenvoeding, want dat leidt tot schuldgevoel”…?

Wat is überhaupt schuldgevoel? Wanneer doet het zich voor? En is wat je meent te herkennen als schuldgevoel , ook daadwerkelijk een teken van schuld?

Afgelopen week was het veertien jaar geleden dat we mijn twee jaar jongere zusje begroeven, 32 jaar oud, in de vroege ochtend van 25 juni overleden na een ziekbed van anderhalf jaar. De avond voordat ze ’s nachts stierf, was ik samen met mijn moeder bij haar. Ze was verward, zei de vreemdste dingen en we maakten ons zorgen. Eenmaal thuis belde ik mijn vader (mijn ouders waren gescheiden) en we spraken af de volgende ochtend contact te zoeken met de neuroloog, omdat we haar reacties verontrustend vonden. Zo ver is het echter nooit gekomen… Midden in de nacht ging de telefoon naast mijn bed: mijn vader vertelde dat Karin was overleden. Mijn man en ik haalden mijn moeder op, met wie ik de avond ervoor aan de bedrand had gezeten, en in het ziekenhuis troffen we mijn vader en zijn vrouw. Karin was in een kamertje apart gelegd door de verpleging en ik vroeg me maar één ding af: “Waarom ben ik hier gisteravond niet gebleven? Waarom ben ik naar huis gegaan, terwijl ze zó in de war was? Nu is ze alleen gestorven en we weten niet wat ze heeft doorgemaakt die laatste momenten.” Toen de verpleging bij haar op zaal kwam, was ze al weg. Ze hadden uit alle macht een reanimatie geprobeerd, maar het was te laat. Niemand weet dus hoe het precies is gegaan.
Hebben we haar tekort gedaan? Ik vind van wel; een mens zou zowel in de kwetsbare vroegste als in de kwetsbare laatste fase van het leven niet alleen moeten zijn. Was ik verdrietig? Ja, want het deed me pijn dat het zo was afgelopen, dat de eenzaamheid die ze zo vaak voelde, er zelfs op het allerlaatst nog was geweest. Voelde ik me schuldig? Nee, want niemand had het zien aankomen; niemand wist hoe slecht ze eraan toe was. Heb ik er een les uit geleerd? Ja, zeer zeker. Toen mijn vader in 2004 op sterven lag op de IC, ben ik niet van zijn zijde geweken. En toen mijn moeder in 2006 niet behandeld wilde worden en we haar langzaam zagen wegglijden, ben ik heel veel bij haar geweest, ondanks alle pijn die er tussen haar en mij bestond. Ik hield haar hand vast toen ze haar laatste adem uitblies, net als ik dat bij mijn vader had gedaan.

In de jaren dat ze als moeder door haar eigen levensgeschiedenis mijn hand niet vasthield (niet kón vasthouden…?), voelde ik me soms heel verloren. Het moederschap was zo nieuw; mijn leven was ineens zo anders. Onze prachtige eerste dochter maakte volop aanspraak op mij en ik was tegen al die zorgbehoefte lang niet altijd opgewassen. Ik verloor geregeld mijn geduld en was vaak veel strenger tegen dat lieve kleine peutertje dan gerechtvaardigd was. Ben ik daar verdrietig over? Ja, want ik weet nu dingen die ik toen niet wist en ik heb nu vaardigheden die ik toen niet had en oh, wat had ik graag bepaalde dingen gekund en geweten. Voel ik me schuldig? Nee, want ik weet dat ik alles wat ik te bieden had, heb ingezet, met hart en ziel, met lijf en leden. Meer was er niet. Ik weet dat zeker en niemand praat mij er daarom een schuldgevoel over aan. Dat neemt mijn verdriet natuurlijk niet weg, maar het zijn wel twee verschillende emoties. En het kan zelfs zijn dat je verdriet groter wordt, naarmate je beter inzicht krijgt in hoe dingen hadden kunnen gaan als…
Maar ja, “as is verbrande turf”, zeggen ze hier in Drenthe.

Je draait het proces niet meer terug en dus kun je er nu maar beter het beste van maken en er je les uit leren voor een volgende keer. Wanneer je je optimaal inzet, hoef je jezelf immers geen verwijten te maken.

Dit is wat Wikipedia zegt over schuldgevoel: “Een schuldgevoel is een gemoedstoestand waarbij het geweten een mens plaagt met een onaangenaam gevoel over een bepaalde gedane of juist niet gedane actie. Het wordt vaak gevolgd door gevoelens van berouw of spijt. Schuldgevoel is een gemoedstoestand die men zichzelf oplegt.”

Dat laatste lijkt me een essentieel punt: schuldgevoel is in deze definitie dus iets wat je jezelf aandoet. Dat houdt in dat je niet kunt zeggen dat een ander jou een schuldgevoel heeft gegeven.
Stel dat iemand zegt: “Nu heb je alweer fruit gegeten in plaats van een koekje. Waarom doe je dat?” Voel je je dan schuldig en leg je verantwoording af? Nee, natuurlijk. En andersom: “Nu heb je alweer een koekje gegeten in plaats van fruit. Waarom doe je dat?” Voel je je schuldig en leg je verantwoording af? Misschien niet, maar misschien ook wel. En waarom…? Omdat je zélf had besloten dat je dat niet wilde doen, omdat je had gezegd dat je wilde afvallen, omdat je de kinderen een goed voorbeeld wilt geven… redenen genoeg denkbaar.
“Het is beter om met de auto naar school te gaan, want fietsen, zoals jij doet, kost energie en doet wat met je conditie.” Schuldgevoel? Nee, want fietsen is gezond. “Het is beter om met de fiets naar school te gaan, want met de auto, zoals jij doet, kost energie en doet wat met het milieu.” Schuldgevoel? Ja, zeer wel mogelijk… en in de meeste gevallen waarschijnlijk terecht (maar wellicht niet als het plenst en je woont op tien kilometer afstand en je hebt drie kleine kinderen, om een voorbeeld te noemen). Kortom: als je weet dat je iets op een goede manier aanpakt, voel je je niet schuldig, wat een ander ook te berde brengt.

Daarmee komen we op de kern: schuldgevoel ontstaat als je *zelf* wel weet dat je beter had gekund of had gemoeten en je hebt desondanks de minder goede keuze gemaakt. Op het moment dat iemand je daarop aanspreekt, knaagt het geweten. Dat heeft een functie, namelijk een leerproces in gang zetten, opdat je de volgende keer een betere keuze maakt.

Toch is het vaak moeilijker om ronduit te zeggen: “Ja, je hebt gelijk, het had beter gekund, maar ik kon het niet opbrengen”, dan om het weg te redeneren of in de verdediging te schieten: “Nou, zo erg was het nou ook weer niet”, “Alsof jij altijd alles goed doet”, “Waar bemoei je je mee?”, “Het valt best mee hoe erg de gevolgen zijn”, “Wat weet jij er nou van?”

Er zijn ook situaties denkbaar waarin er wél schadelijke gevolgen van je handelen zijn, maar waarvan je ten tijde van die handelingen, niet op de hoogte was of er waren omstandigheden waaraan je niets kon veranderen. Dan kun je je behoorlijk ‘belazerd’ voelen: “Waarom heeft niemand mij dat verteld?”, “Had ik het maar geweten…”, “Hoe kan het dat me die kans niet is geboden?”
Je hebt je wél optimaal ingezet, maar met onvoldoende kennis over of mogelijkheden in de situatie. Ontstaat er dan schuldgevoel of ontstaat er, na de verontwaardiging of verbijstering, verdriet over de consequenties, over de impact van de gebeurtenissen? Ik denk dus dat laatste. Ik denk oprecht dat je je bij optimale inzet niet schuldig zult (hoeven) voelen. De pijn die je dan ervaart, en die misschien wel wat op schuldgevoel lijkt, is volgens mij verdriet.

Dit is wat ik onlangs op Facebook zei over een aantal reacties op mijn vertaling ‘Koester je kleintje’:
“En ik kan me voorstellen dat het pijnlijk kan zijn om ‘Koester je kleintje’ te lezen, want het verdriet en de zorgen van de vroeggeboorte zullen op een bepaalde manier altijd bij je blijven als je het eenmaal hebt meegemaakt. En dat wat als ‘schuldgevoel’ of als ‘falen’ wordt beleefd, is in veel gevallen denk ik rouw, diep verdriet om wat verloren ging: een volledige zwangerschap, een fijne baring, een mooie kraamtijd en een lange borstvoedingsperiode waarin het zowel voor moeder als kind genieten was. Het is ook niet niks, om dat allemaal ‘kwijt te raken’, dus er weer mee in aanraking komen en de herinneringen wakker schudden, zal vast en zeker pijn geven.”

Waarschijnlijk wordt dikwijls onderschat hoe heftig de impact van een vroeggeboorte is. Ik vermoed dat dat deels te verklaren valt uit het feit dat in onze maatschappij de fysiologisch en neurologisch gezien ‘dierlijke’ gehechtheid aan onze kinderen bijna niet meer mag bestaan.

Wanneer een leeuwin of een gorilla haar jongen grommend en agressief bewaakt, wordt dat gezien als een maatstaf voor hoezeer ze een goede moeder is. De mens wordt echter geacht (zowel medisch als psychosociaal en maatschappelijk) het kind probleemloos en zonder morren aan anderen (verpleging, kinderopvang, badjuf) uit handen te (willen) geven. Velen doen dat ook, maar ergens, op het primitiefste breinniveau, wringt en schuurt het in ons systeem. We zijn er niet op voorbereid, we zijn er niet goed toe in staat, maar we proberen het recht te praten, want iedereen lijkt het normaal te vinden. Dat heet cognitieve dissonantie: we proberen botsende belevingen in gevoel en verstand met elkaar in overeenstemming te brengen, terwijl dat op het onbewuste niveau helemaal niet lukt.

Als je het mij vraagt, is het waarachtig geen wonder dat er in toenemende mate sprake is van PTSS, posttraumatisch stresssyndroom. Het geeft voor de psyche pijn om zoveel te verliezen: fysieke integriteit, autonomie, samenzijn met je kind, verwachtingen van een goed functionerend lichaam, hoop op een gezonde baby.
Daarover zei ik dit op Facebook:
“Een andere start geeft ook een ander vervolg. Hoe vroeger een baby veel op mama’s buik mag liggen, hoe groter de kans dat zich ook de borstvoedingsinstincten bij de baby goed ontwikkelen en hoe groter de kans dat de moeder tot een normale melkproductie komt. En als we spreken over kansen, dan zijn er natuurlijk ook altijd situaties waarin het tóch niet lukt. Dat kan; dat neemt echter niet weg dat het altijd een goed idee is om te kijken hoe je een situatie kunt optimaliseren, hoe je kansen kunt maximaliseren en zo verdriet en pijn en teleurstelling kunt minimaliseren.”

Hoe veiliger en steviger we gehecht zijn aan de ander en die ander aan ons, hoe gemakkelijker het is om alles terzijde te schuiven, prioriteiten te stellen en maar één gedachte te volgen: “Deze mens, hoe klein of hoe groot, hoe jong of hoe oud ook, moet nu niet alleen hoeven zijn.” En omgekeerd: “Ik ben de moeite waard en ik mag mij de liefdevolle nabijheid van die ander laten aanleunen. Ik hoef nu niet alleen te zijn, ik hoef het niet allemaal alleen te doen.”
Ik denk dat we op die manier terecht schuldgevoel kunnen voorkomen en onterecht schuldgevoel kunnen zien voor wat het is: verdriet. Als we het zien voor wat het is, kunnen we rouwen en stap voor stap op weg gaan om te groeien als mens.

Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC
Borstvoedingscentrum Panta Rhei
www.borstvoedingscentrumpantarhei.nl
www.borstvoedingscentrumpantarhei.blogspot.nl