Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

“En ik kan me voorstellen dat het pijnlijk kan zijn om ‘Koester je kleintje’ te lezen, want het verdriet en de zorgen van de vroeggeboorte zullen op een bepaalde manier altijd bij je blijven als je het eenmaal hebt meegemaakt. En dat wat als ‘schuldgevoel’ of als ‘falen’ wordt beleefd, is in veel gevallen denk ik rouw, diep verdriet om wat verloren ging: een volledige zwangerschap, een fijne baring, een mooie kraamtijd en een lange borstvoedingsperiode waarin het zowel voor moeder als kind genieten was. Het is ook niet niks, om dat allemaal ‘kwijt te raken’, dus er weer mee in aanraking komen en de herinneringen wakker schudden, zal vast en zeker pijn geven.”

Onlangs kwam op de Facebook-pagina van Kleine Kanjers een draad voorbij waarin het onderwerp ‘schuldgevoel’ aan de orde kwam. Het is een topic dat in mijn vakgebied, lactatiekunde, een zeer ‘hot topic’ is. Het wordt geregeld (meer te onpas dan te pas, moet ik zeggen…) uit de kast getrokken en leidt vaak tot verhitte discussies. Hoe komt het, dat het onderwerp ‘borstvoeding’ zoveel heftige gevoelens losmaakt? En hoe komt het dat zorgverleners zich in hun voorlichting zo vaak bedienen van het argument: “We moeten tegen moeders niet praten over negatieve kanten van kunstmatige zuigelingenvoeding, want dat leidt tot schuldgevoel”…?

Wat is überhaupt schuldgevoel? Wanneer doet het zich voor? En is wat je meent te herkennen als schuldgevoel , ook daadwerkelijk een teken van schuld?

Afgelopen week was het veertien jaar geleden dat we mijn twee jaar jongere zusje begroeven, 32 jaar oud, in de vroege ochtend van 25 juni overleden na een ziekbed van anderhalf jaar. De avond voordat ze ’s nachts stierf, was ik samen met mijn moeder bij haar. Ze was verward, zei de vreemdste dingen en we maakten ons zorgen. Eenmaal thuis belde ik mijn vader (mijn ouders waren gescheiden) en we spraken af de volgende ochtend contact te zoeken met de neuroloog, omdat we haar reacties verontrustend vonden. Zo ver is het echter nooit gekomen… Midden in de nacht ging de telefoon naast mijn bed: mijn vader vertelde dat Karin was overleden. Mijn man en ik haalden mijn moeder op, met wie ik de avond ervoor aan de bedrand had gezeten, en in het ziekenhuis troffen we mijn vader en zijn vrouw. Karin was in een kamertje apart gelegd door de verpleging en ik vroeg me maar één ding af: “Waarom ben ik hier gisteravond niet gebleven? Waarom ben ik naar huis gegaan, terwijl ze zó in de war was? Nu is ze alleen gestorven en we weten niet wat ze heeft doorgemaakt die laatste momenten.” Toen de verpleging bij haar op zaal kwam, was ze al weg. Ze hadden uit alle macht een reanimatie geprobeerd, maar het was te laat. Niemand weet dus hoe het precies is gegaan.
Hebben we haar tekort gedaan? Ik vind van wel; een mens zou zowel in de kwetsbare vroegste als in de kwetsbare laatste fase van het leven niet alleen moeten zijn. Was ik verdrietig? Ja, want het deed me pijn dat het zo was afgelopen, dat de eenzaamheid die ze zo vaak voelde, er zelfs op het allerlaatst nog was geweest. Voelde ik me schuldig? Nee, want niemand had het zien aankomen; niemand wist hoe slecht ze eraan toe was. Heb ik er een les uit geleerd? Ja, zeer zeker. Toen mijn vader in 2004 op sterven lag op de IC, ben ik niet van zijn zijde geweken. En toen mijn moeder in 2006 niet behandeld wilde worden en we haar langzaam zagen wegglijden, ben ik heel veel bij haar geweest, ondanks alle pijn die er tussen haar en mij bestond. Ik hield haar hand vast toen ze haar laatste adem uitblies, net als ik dat bij mijn vader had gedaan.

In de jaren dat ze als moeder door haar eigen levensgeschiedenis mijn hand niet vasthield (niet kón vasthouden…?), voelde ik me soms heel verloren. Het moederschap was zo nieuw; mijn leven was ineens zo anders. Onze prachtige eerste dochter maakte volop aanspraak op mij en ik was tegen al die zorgbehoefte lang niet altijd opgewassen. Ik verloor geregeld mijn geduld en was vaak veel strenger tegen dat lieve kleine peutertje dan gerechtvaardigd was. Ben ik daar verdrietig over? Ja, want ik weet nu dingen die ik toen niet wist en ik heb nu vaardigheden die ik toen niet had en oh, wat had ik graag bepaalde dingen gekund en geweten. Voel ik me schuldig? Nee, want ik weet dat ik alles wat ik te bieden had, heb ingezet, met hart en ziel, met lijf en leden. Meer was er niet. Ik weet dat zeker en niemand praat mij er daarom een schuldgevoel over aan. Dat neemt mijn verdriet natuurlijk niet weg, maar het zijn wel twee verschillende emoties. En het kan zelfs zijn dat je verdriet groter wordt, naarmate je beter inzicht krijgt in hoe dingen hadden kunnen gaan als…
Maar ja, “as is verbrande turf”, zeggen ze hier in Drenthe.

Je draait het proces niet meer terug en dus kun je er nu maar beter het beste van maken en er je les uit leren voor een volgende keer. Wanneer je je optimaal inzet, hoef je jezelf immers geen verwijten te maken.

Dit is wat Wikipedia zegt over schuldgevoel: “Een schuldgevoel is een gemoedstoestand waarbij het geweten een mens plaagt met een onaangenaam gevoel over een bepaalde gedane of juist niet gedane actie. Het wordt vaak gevolgd door gevoelens van berouw of spijt. Schuldgevoel is een gemoedstoestand die men zichzelf oplegt.”

Dat laatste lijkt me een essentieel punt: schuldgevoel is in deze definitie dus iets wat je jezelf aandoet. Dat houdt in dat je niet kunt zeggen dat een ander jou een schuldgevoel heeft gegeven.
Stel dat iemand zegt: “Nu heb je alweer fruit gegeten in plaats van een koekje. Waarom doe je dat?” Voel je je dan schuldig en leg je verantwoording af? Nee, natuurlijk. En andersom: “Nu heb je alweer een koekje gegeten in plaats van fruit. Waarom doe je dat?” Voel je je schuldig en leg je verantwoording af? Misschien niet, maar misschien ook wel. En waarom…? Omdat je zélf had besloten dat je dat niet wilde doen, omdat je had gezegd dat je wilde afvallen, omdat je de kinderen een goed voorbeeld wilt geven… redenen genoeg denkbaar.
“Het is beter om met de auto naar school te gaan, want fietsen, zoals jij doet, kost energie en doet wat met je conditie.” Schuldgevoel? Nee, want fietsen is gezond. “Het is beter om met de fiets naar school te gaan, want met de auto, zoals jij doet, kost energie en doet wat met het milieu.” Schuldgevoel? Ja, zeer wel mogelijk… en in de meeste gevallen waarschijnlijk terecht (maar wellicht niet als het plenst en je woont op tien kilometer afstand en je hebt drie kleine kinderen, om een voorbeeld te noemen). Kortom: als je weet dat je iets op een goede manier aanpakt, voel je je niet schuldig, wat een ander ook te berde brengt.

Daarmee komen we op de kern: schuldgevoel ontstaat als je *zelf* wel weet dat je beter had gekund of had gemoeten en je hebt desondanks de minder goede keuze gemaakt. Op het moment dat iemand je daarop aanspreekt, knaagt het geweten. Dat heeft een functie, namelijk een leerproces in gang zetten, opdat je de volgende keer een betere keuze maakt.

Toch is het vaak moeilijker om ronduit te zeggen: “Ja, je hebt gelijk, het had beter gekund, maar ik kon het niet opbrengen”, dan om het weg te redeneren of in de verdediging te schieten: “Nou, zo erg was het nou ook weer niet”, “Alsof jij altijd alles goed doet”, “Waar bemoei je je mee?”, “Het valt best mee hoe erg de gevolgen zijn”, “Wat weet jij er nou van?”

Er zijn ook situaties denkbaar waarin er wél schadelijke gevolgen van je handelen zijn, maar waarvan je ten tijde van die handelingen, niet op de hoogte was of er waren omstandigheden waaraan je niets kon veranderen. Dan kun je je behoorlijk ‘belazerd’ voelen: “Waarom heeft niemand mij dat verteld?”, “Had ik het maar geweten…”, “Hoe kan het dat me die kans niet is geboden?”
Je hebt je wél optimaal ingezet, maar met onvoldoende kennis over of mogelijkheden in de situatie. Ontstaat er dan schuldgevoel of ontstaat er, na de verontwaardiging of verbijstering, verdriet over de consequenties, over de impact van de gebeurtenissen? Ik denk dus dat laatste. Ik denk oprecht dat je je bij optimale inzet niet schuldig zult (hoeven) voelen. De pijn die je dan ervaart, en die misschien wel wat op schuldgevoel lijkt, is volgens mij verdriet.

Dit is wat ik onlangs op Facebook zei over een aantal reacties op mijn vertaling ‘Koester je kleintje’:
“En ik kan me voorstellen dat het pijnlijk kan zijn om ‘Koester je kleintje’ te lezen, want het verdriet en de zorgen van de vroeggeboorte zullen op een bepaalde manier altijd bij je blijven als je het eenmaal hebt meegemaakt. En dat wat als ‘schuldgevoel’ of als ‘falen’ wordt beleefd, is in veel gevallen denk ik rouw, diep verdriet om wat verloren ging: een volledige zwangerschap, een fijne baring, een mooie kraamtijd en een lange borstvoedingsperiode waarin het zowel voor moeder als kind genieten was. Het is ook niet niks, om dat allemaal ‘kwijt te raken’, dus er weer mee in aanraking komen en de herinneringen wakker schudden, zal vast en zeker pijn geven.”

Waarschijnlijk wordt dikwijls onderschat hoe heftig de impact van een vroeggeboorte is. Ik vermoed dat dat deels te verklaren valt uit het feit dat in onze maatschappij de fysiologisch en neurologisch gezien ‘dierlijke’ gehechtheid aan onze kinderen bijna niet meer mag bestaan.

Wanneer een leeuwin of een gorilla haar jongen grommend en agressief bewaakt, wordt dat gezien als een maatstaf voor hoezeer ze een goede moeder is. De mens wordt echter geacht (zowel medisch als psychosociaal en maatschappelijk) het kind probleemloos en zonder morren aan anderen (verpleging, kinderopvang, badjuf) uit handen te (willen) geven. Velen doen dat ook, maar ergens, op het primitiefste breinniveau, wringt en schuurt het in ons systeem. We zijn er niet op voorbereid, we zijn er niet goed toe in staat, maar we proberen het recht te praten, want iedereen lijkt het normaal te vinden. Dat heet cognitieve dissonantie: we proberen botsende belevingen in gevoel en verstand met elkaar in overeenstemming te brengen, terwijl dat op het onbewuste niveau helemaal niet lukt.

Als je het mij vraagt, is het waarachtig geen wonder dat er in toenemende mate sprake is van PTSS, posttraumatisch stresssyndroom. Het geeft voor de psyche pijn om zoveel te verliezen: fysieke integriteit, autonomie, samenzijn met je kind, verwachtingen van een goed functionerend lichaam, hoop op een gezonde baby.
Daarover zei ik dit op Facebook:
“Een andere start geeft ook een ander vervolg. Hoe vroeger een baby veel op mama’s buik mag liggen, hoe groter de kans dat zich ook de borstvoedingsinstincten bij de baby goed ontwikkelen en hoe groter de kans dat de moeder tot een normale melkproductie komt. En als we spreken over kansen, dan zijn er natuurlijk ook altijd situaties waarin het tóch niet lukt. Dat kan; dat neemt echter niet weg dat het altijd een goed idee is om te kijken hoe je een situatie kunt optimaliseren, hoe je kansen kunt maximaliseren en zo verdriet en pijn en teleurstelling kunt minimaliseren.”

Hoe veiliger en steviger we gehecht zijn aan de ander en die ander aan ons, hoe gemakkelijker het is om alles terzijde te schuiven, prioriteiten te stellen en maar één gedachte te volgen: “Deze mens, hoe klein of hoe groot, hoe jong of hoe oud ook, moet nu niet alleen hoeven zijn.” En omgekeerd: “Ik ben de moeite waard en ik mag mij de liefdevolle nabijheid van die ander laten aanleunen. Ik hoef nu niet alleen te zijn, ik hoef het niet allemaal alleen te doen.”
Ik denk dat we op die manier terecht schuldgevoel kunnen voorkomen en onterecht schuldgevoel kunnen zien voor wat het is: verdriet. Als we het zien voor wat het is, kunnen we rouwen en stap voor stap op weg gaan om te groeien als mens.

Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC
Borstvoedingscentrum Panta Rhei
www.borstvoedingscentrumpantarhei.nl
www.borstvoedingscentrumpantarhei.blogspot.nl

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn