Ik ben hun moeder

Ik ben hun moeder

Mijn oudste zoon werd geboren bij een zwangerschapsduur van 30 weken en 1 dag. 1420 gram zwaar, een hulpeloos hoopje mens. Wie denkt dat een pasgeboren baby klein is heeft nog nooit een prematuur gezien.

Ik had ook nog nooit een prematuur gezien. En ik had nog nooit een baby gekregen. In de tijd die volgde werd alles wat er gebeurde normaal. Eten door een sonde. Infuusjes in kleine handjes en voetjes. Kleine plakkertjes op zijn lichaam die naar een monitor leidden waar op te zien was wat er allemaal gebeurde in dat kleine hoopje mens dat van buiten niet kon laten zien hoe hij zich voelde. Hij huilde niet, hij bewoog niet, hij sliep, sabbelde op zijn miniatuurspeentje en af en toe deed hij zijn ogen open. Wilde ik hem knuffelen, dan had ik hulp nodig van een verpleegster. Want als ik dat alleen deed dan raakte ik verstrikt in alle draden die aan en in zijn lichaam zaten.

Hoewel ik als moeder alles mocht doen wat ik kon voor mijn zoon, lag zijn leven toch vooral in handen van de artsen en verpleging. Zij waren het ook die na 7,5 week besloten dat hij nu weer mijn verantwoording werd en ik zelf voor hem mocht gaan zorgen.

Maar eenmaal thuis zette ik het ziekenhuisleven door. Ik kon de regels niet loslaten. Tot mijn zoon bijna een jaar oud was heb ik elke dag zijn temperatuur gemeten. Maandenlang heb ik tot het eczeem op mijn handen stond als een gek mijn handen gewassen. Had een speeltje op de grond gelegen? Dan ging het meteen de wasmachine of vaatwasser in. Andere mensen mochten hem niet knuffelen, een te dichtbij komende hand zag ik alleen maar als een bron vol bacteriën.

Overdreven? Ik wist niet beter.

Hoe anders werd het toen ik een tweede kindje kreeg. Geboren bij een zwangerschapsduur van 40 weken en 2 dagen… Het moge duidelijk zijn dat alles anders was. Niks weghalen, couveuse in en pas uren later terug zien op een Intensive Care zaal waar nog 9 baby’tjes lagen… Nee er werd precies gedaan wat ik wilde. Want ik was zijn moeder.

5 uur na de bevalling zat ik thuis met mijn baby op de bank. De kraamzorg kwam. En die vroeg wat ik wilde. Hoe ik verzorgd wilde worden en hoe ik mijn baby wilde verzorgen. Wanneer wilde ik hem in bad doen? Waneer wilde ik hem in zijn wiegje leggen? Ik bepaalde, want ik was zijn moeder.

Vanaf dat moment wist ik hoe het was om een baby te krijgen zoals het hoort. Een gezonde, op tijd geboren baby. En vanaf dat moment wist ik ook dat de thuiskomst van een prematuur niet gelijk staat aan de geboorte van een a terme kindje.

Na de kraamweek heb ik de temperatuur van mijn jongste zoon nog maar sporadisch opgenomen. Ik tel geen poep en plasluiers meer aan het eind van de dag. Medicijnen heeft hij niet en ik vergeet zelfs af en toe zijn vitaminen te geven!

Borstvoeding. Mijn oudste zoon krijste alles bij elkaar als ik hem aan de borst wilde laten drinken. Mijn jongste zoon krijst alles bij elkaar als hij de borst niet krijgt. Af en toe kolf ik wat melk voor als ik weg moet. Wat een rotklusje. Bij mijn oudste zoon heb ik 4 maanden gekolfd, de eerste 2 maanden om de 3 uur, ook ’s nachts! Hoe heb ik dat volgehouden vraag ik me nu af? Nu leg ik ’s nachts een blakende baby aan, toen zette ik midden in de nacht een machine aan…

Het moeilijkste vind ik soms, dat ik merk hoe mijn jongste zoon aan mij is gehecht. Hij wordt het liefst door mij getroost en lachte voor het eerst naar mij. Dat is niet gek. Want ik ben zijn moeder.

Maar het doet me wel pijn dat de band tussen ons er meteen al was en nu meteen ook al zo sterk is. Terwijl de band met mijn oudste zoon heeft moeten groeien. Ondanks de vele uren die ik naast zijn couveuse en later bedje heb gezeten en die ik met hem heb gebuideld. Het kan niet op tegen de goede start die ik nu heb gemaakt met mijn jongste zoon.

Ik ben enorm dankbaar dat ik mee heb mogen maken hoe het is om een gezond, op tijd geboren kindje te mogen krijgen. Maar alles maakt me wel extra bewust van hoe anders het was met mijn oudste zoon. En dat doet soms pijn.

8 weken is mijn jongste zoon nu. Ik zie en voel aan alles dat hij weet: dat is mijn moeder. Mijn oudste zoon is nu 17 maanden. Mijn liefde voor hem was er al heel lang, maar ik merk de laatste tijd pas echt dat de liefde wederzijds is.

Alles is anders. Maar de liefde voor mijn beide kinderen is dat niet. En zij weten dat het goed zit tussen ons. Want ik ben hun moeder.

Kolven; godsgeschenk of martelgang?

Kolven; godsgeschenk of martelgang?

Wat begon als een bijzondere en toch best onbezorgde zwangerschap, eindigde na 25 weken in een zenuwslopende tijd. Op dat moment kondigde de geboorte van onze tweeling zich aan.
In die 25 voorafgaande weken had ik ooit wel eens nagedacht over borstvoeding. Ik kan me zelfs nog vaag herinneren dat ik wat gelezen heb over het gelijktijdig voeden van je tweeling en dat die houdingen me behoorlijk ondoenlijk leken. Dat was waarschijnlijk een van de redenen om het boek weg te leggen en me voor te nemen me daar later nog eens in te verdiepen.

Helaas, kwam dat later niet…

Plotseling was ik moeder van twee piepkleine jongens. Zo onverwachts en spannend, dat het laatste waaraan ik dacht de borstvoeding was. Sterker nog, als een van de verpleegkundigen op de kraamafdeling niet zo slim was geweest om mij er een dag na de geboorte van de jongens naar te vragen, was het waarschijnlijk niet eens in mijn hoofd opgekomen.
‘Wil je borstvoeding gaan geven?’ ‘Ehm…ja, ik denk het wel.’ ‘Dan moet je nu gaan kolven!’ En voordat ik, nog stoned van de morfine, kon vragen wat dat dan inhield stond er iemand aan mijn bed met een geel apparaat op wieltjes en in haar hand een ding wat veel weg had van een trechter. Dat bleek dus het kolfapparaat te zijn.
Ik kreeg een korte uitleg en moest toen aan de gang met slangen, toeters en een machine die hele vreemde geluiden maakte. Verstopt achter het gordijn rond mijn bed begon het ‘melken’.

Trots was ik toen bleek dat ik de eerste keer al veel afkolfde. Wel 10 milliliter. En dat terwijl de jongens nog niet meer kregen dan 24 keer één milliliter per dag.
Vanaf toen kolfde ik als een bezetene. Zes keer per een dag. In het ziekenhuis, op de intensive care afdeling, ‘gezellig’ met andere moeders in een speciale ‘kolfkamer’, tussen de couveuses van de jongens in, op mijn kamer in het Ronald McDonaldhuis, voor mijn gevoel overal. En, hoe erg misschien ook, ik had geen enkele gêne meer. Of er nu mensen bij zaten of niet (nou ja, uitzonderingen daargelaten), ik ging met de borsten bloot en sloot mezelf aan, aan de ‘melkmachine’. En het kon me niets schelen. Dit was het enige wat ik, voor mijn gevoel, voor mijn kinderen kon doen. Ik zou doorgaan tot het bittere eind.

En zo legde ik een steeds grotere voorraad aan. Ik bleef maar produceren, terwijl de jongens eigenlijk nog heel weinig voeding kregen, en bracht iedere dag braaf mijn flesjes mee naar het ziekenhuis, waar ik ze in de daarvoor bestemde koelkast zette en de verpleging ze later in de vriezer stopte. Tot op een dag een verpleegkundige schoorvoetend naar me toe kwam om te vragen of ik misschien een grote vriezer had, want ze konden bijna geen melk meer kwijt in de vriezer op de afdeling. Niet alleen van mijn kinderen, maar ook van andere kinderen.
Wat baalde ik, want ik had geen grote vriezer. Wel thuis, zo’n anderhalf uur rijden vanaf het ziekenhuis. Hoe zou ik het daar krijgen zonder dat de melk al teveel ontdooit was en dus niet meer te gebruiken? In het Ronald McDonaldhuis zat het mij toebedeelde vriesvakje ook al vol. Wat nu?
Helaas bestond er toen nog geen moedermelkbank, dat heb ik wel voorgesteld. Wat had ik graag mijn melk gedoneerd, maar dat was echt niet mogelijk. De enige oplossing was dan ook weggooien… Met pijn in mijn hart is de overtollige melk in een vuilniszak gestopt en verdwenen in een afvalcontainer.
Toch liet ik me niet uit het veld slaan en ben ik ‘vrolijk’ verder gegaan met kolven. Het ging nog steeds prima en ik hield me voor dat dat ervoor zorgde dat het zo goed ging met onze jongens.

Toen was het moment daar dat we onze kanjers mee naar huis mochten nemen. Na 13 weken ziekenhuis en dus ook 13 weken fulltime kolven, waren ze eindelijk waar ze hoorden; thuis. Het was flink wennen. We waren moe, aan het bijkomen van alle spanningen, nog steeds behoorlijk voorzichtig en bang, maar vooral druk in de weer met twee kleine baby’tjes die naast gewoon wat aandacht ook heel veel verzorging nodig hadden. Mijn dagen waren gevuld met luiers verschonen, kolven, flesjes geven en ook nog ‘live’ borstvoeden. Zeven voedingen x2, veertien voedingen op een dag. De ene een flesje, de ander een borst en daarna nog even kolven, zodat er weer genoeg was voor de volgende voeding. Niet zo gek dat ik op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer zag. Ik vond mezelf, zwaar over mijn toeren, in een stoel. Aan iedere borst een ‘kolftoeter’, de tranen over mijn wangen en niet de rust om even bij te komen, want de volgende voeding kwam er weer aan. Het enige wat ik nog kon uitbrengen was: ‘Ik kan niet meer…’. Voor mijn vriend het moment om figuurlijk én letterlijk de stekker eruit te trekken. Ik zou bijna zeggen ‘getergd door schuldgevoel’ heb ik toen het besluit genomen om ermee te stoppen. Cold turkey. Geen polonaise meer aan mijn lijf. Mijn geweten werd iets gesust door een voorraad melk die nog in de vriezer stond. Maar achteraf ben ik zo blij dat ik toen dat besluit heb genomen.

Mijn kinderen hebben ruim vier maanden borstvoeding gekregen. Dat is wat ik voor ze heb kunnen doen. Daarna kregen ze naast ‘mama melkfabriek’ ook een moeder die weer meer energie had om goed voor ze te zorgen en een leuke moeder te kunnen zijn. Ik weet nu wel dat dat nog veel belangrijker is. Want dat is wat ze zich later nog herinneren. Niet of ze borst- of flesvoeding hebben gekregen, wel of ze een leuke moeder hadden.

 

Eerste Nederlandse Moedermelkbank nu officieel gestart

Eerste Nederlandse Moedermelkbank nu officieel gestart

Persbericht VU medisch centrum:

Donderdag 24 november vindt de officiële opening van de Nederlandse Moedermelkbank in VU medisch centrum plaats. Deze moedermelkbank is uniek in Nederland en werkt nauw samen met Sanquin Bloedvoorziening, die alle donorkeuringen uitvoert.

Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat premature pasgeborenen die moedermelk van hun eigen moeder krijgen, zich beter ontwikkelen dan kinderen die kunstvoeding krijgen. Deze zuigelingen hebben minder vaak een ernstige darmontsteking, minder infecties en minder heropnames dan de zuigelingen die kunstvoeding krijgen. Vaak lukt het moeders van te vroeg geboren baby’s niet om voldoende moedermelk te produceren, of is hun melk ongeschikt door bijvoorbeeld medicijngebruik. Deze baby’s kunnen mogelijk profiteren van donormelk die via de Moedermelkbank beschikbaar komt. Doordat de donormelk gepasteuriseerd wordt, gaan sommige van de werkzame stoffen in de moedermelk verloren. Uit onderzoek moet nu blijken of deze donormelk ook beter is dan kunstvoeding.

In mei 2011 is al gestart met het werven van moedermelkdonoren en het opbouwen van een voorraad waarmee het onderzoek van start kan gaan. Kinderen op de neonatologieafdelingen van VUmc, AMC, ErasmusMC, UMC Radboud en UMC Groningen met een geboortegewicht onder de 1500 gram, komen in aanmerking om deel te nemen. In eerste instantie wordt de gedoneerde moedermelk dan ook alleen in studieverband gegeven.

Wanneer dit onderzoek aangeeft dat donormelk beter is dan kunstvoeding, hoopt de Moedermelkbank aan alle prematuur geboren zuigelingen, waarvan de moeder geen of onvoldoende moedermelk kan leveren, donormelk beschikbaar te stellen. Naar verwachting duurt dit onderzoek twee jaar.

Ter ere van de opening van de Nederlandse Moedermelkbank wordt er 24 november een symposium georganiseerd waar diverse aspecten van moedermelk en donormelk aan bod komen. Verschillende (medische) disciplines dragen bij aan dit symposium. Sprekers uit binnen- en buitenland vertellen over de meest recente ontwikkelingen op het gebied van (donor)moedermelk en het gebruik hiervan op de neonatologie afdeling.

Voor meer info:http://www.vumc.nl/zorg/agenda/6457804

Origineel bericht: http://www.vumc.nl/zorg/nieuws/6577241

EU zet vaart achter onderzoek naar aspartaam

EU zet vaart achter onderzoek naar aspartaam

Vanwege het risico op kanker en vroeggeboorte wil de Europese Unie vaart zetten achter de herbeoordeling van onderzoek naar aspartaam. De studie wordt acht jaar eerder dan gepland uitgevoerd.

Deense wetenschappers rapporteerden in 2010 hun bevindingen van een onderzoek onder zo’n 60.000 zwangere Deense vrouwen, met en zonder overgewicht. De deelnemers moesten een vragenlijst invullen over de mate waarin zij producten met aspartaam dronken.

Uit de studie kwam naar voren dat er een verband is tussen het drinken van frisdranken met de zoetstof aspartaam en te vroeg geboren kinderen. Aspartaam wordt gebruikt als vervanger voor suiker en zit in veel lightproducten.

Nieuwe resultaten

De verhoogde bloeddruk, die wordt veroorzaakt door aspartaam, zou een risicofactor zijn voor vroeggeboorte. Ook de aanmaak van methanol, die veroorzaakt wordt door de afbraak van aspartaam, zou de kans op een vroegtijdige bevalling verhogen.

Ook in Italië werd de stof grondig bestudeerd. Hier kwam men tot de conclusie dat de zoetstof kankerverwekkend kan zijn.

Europarlementariër Kartika Liotard is blij met de herziene plannen. Zij zegt al sinds 2005 vraagtekens te plaatsen bij de veiligheid van de zoetstof.

Bron: Elsevier.nl

Nederlandse Moedermelkbank binnenkort geopend

Nederlandse Moedermelkbank binnenkort geopend

Aan het eind van deze zomer start Corpeleijn onder leiding van prof. dr. Hans van Goudoever (hoofd kindergeneeskunde VUmc) een onderzoek om de effecten van donormelk te vergelijken met de effecten van kunstvoeding. De melk zal in eerste instantie alleen gegeven worden aan kinderen op de afdeling Intensive Care Neonatologie die meedoen aan dit onderzoek. Te vroeg geboren baby’s die eigen – onbewerkte – moedermelk krijgen, hebben onder meer minder kans op infecties. Door het pasteurisatieproces verliezen bepaalde stoffen echter deels hun werking.

Tenminste 3 van de 10 Nederlandse IC-neonatologie afdelingen zullen participeren in het onderzoek. In landen waar al donormelk voorhanden is, stuit dergelijk vergelijkend onderzoek op ethische bezwaren van artsen die aannemen dat donormelk beter is dan kunstvoeding. Die stelling is echter gebaseerd op onderzoek uit de jaren zeventig en tachtig. Inmiddels is de kwaliteit van de kunstvoeding en de zorg rond vroeggeborenen verbeterd.

Naar aanleiding van het persbericht van VUmc over de Moedermelkbank in december meldden zich al 40 kandidaatdonoren. Stichting Sanquin Bloedvoorziening zal de donoren screenen. De melk zal vanaf medio mei in Amsterdam en Rotterdam door een koeriersdienst worden opgehaald. Moeders van buiten die regio’s kunnen hun melk zelf afleveren. De ervaring in andere landen leert dat er geen wervingsactiviteiten nodig zijn: via mond-tot-mondreclame vinden zij ruim voldoende donormoeders.

Lees het volledige artikel op: medischcontact.artsennet.nl

Light-producten met aspartaam mijden tijdens zwangerschap

Light-producten met aspartaam mijden tijdens zwangerschap

In 2010 is er een Europees onderzoek geweest waaruit het advies volgde voor zwangere vrouwen om geen light-producten meer te gebruiken. EU-onderzoek bij 60.000 vrouwen toonde een verband aan tussen de hoeveelheid geconsumeerde light frisdranken en een vroegtijdige geboorte. Toekomstige moeders die dagelijks light-dranken drinken, hebben 38 procent meer kans om voor 37 weken zwangerschap te bevallen. Bij degenen die meer dan vier blikjes per dag drinken, stijgt het risico met 78 procent.

Lees het hele bericht  op Ecomama

Light frisdrank schadelijk tijdens zwangerschap

AMSTERDAM –  Toekomstige moeders die dagelijks frisdranken met kunstmatige zoetstoffen drinken lopen meer risico op een vroegtijdige bevalling.

EU Onderzoek bij 60.000 vrouwen toont een verband aan tussen de hoeveelheid geconsumeerde light frisdranken en een vroegtijdige geboorte.

Toekomstige moeders die dagelijks light-dranken drinken, hebben 38 procent meer kans om voor 37 weken zwangerschap te bevallen.

Bij degenen die meer dan vier blikjes per dag drinken, stijgt het risico met 78 procent.

Methanol

Wetenschappers denken dat methanol, een stof die in sommige van deze kunstmatige zoetstoffen zit, een rol speelt in het vervroegen van een geboorte.

Lees het hele bericht op Telegraaf