Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Deze 24 uur staan op mijn netvlies gebrand en gaan er nooit meer vanaf. Vandaag blazen we 3 kaarsjes uit. Ik kijk naar mijn zoon en denk terug aan hoe het begon. De heftigste nacht uit mijn leven maar zo dankbaar voor wat het me gebracht heeft.

Zondagavond. Ik zet m’n half lege bord in de keuken. Hamburger en frietjes. Ik heb er nu al spijt van. Dat wordt weer maagzuur vannacht.

Ik plof weer op de bank. Wat een weekend is het geweest. Zaterdag zijn er flinke knopen doorgehakt. Alles wordt anders. Gelukkig ligt het achter me en kan ik eindelijk gaan genieten van de laatste weken. Wat kijk ik er naar uit. Rommelen in de babykamer, kleertjes wassen, met m’n dikke buik door de stad paraderen, koffie drinken met een vriendin die een maand later uitgerekend is. En me vooral voor niemand meer te hoeven verontschuldigen dat ik niet meer alles kan. Ik ben vandaag precies 30 weken zwanger.

Op de bank voel ik een harde buik opkomen. Nee hè, niet weer. De afgelopen weken heb ik het vaker gehad. Meerdere achter elkaar. En net op het moment dat ik het verontrustend vond worden namen ze af. De verloskundige heeft me op het hart gedrukt rustig aan te doen. Het zouden zo maar weeën kunnen worden en dan ben ik verder van huis.

Verdomme, net nu ik de rust heb gevonden komt de spanning helemaal terug in m’n lijf. De harde buiken blijven komen. Los van het feit dat het onaangenaam aanvoelt heb ik vooral last van een stemmetje in m’n hoofd dat maar blijft zeggen dat het niet goed is. Ik ga in bad maar dat helpt niet. Op het badkamerklokje zie ik dat m’n buik elke 5 minuten keihard wordt.

Ik kan m’n hoofd nog langer in het zand steken maar beter lijkt me het om de verloskundige te bellen. ‘Sorry’ begin ik ‘dat ik nog zo laat bel op zondag.’ Ik denk of hoop nog altijd dat ze me alleen gerust hoeft te komen stellen en vind het vervelend dat ze daar op zondag om 22:00 uur nog de deur voor uit moet.

Binnen een kwartier is ze er en lig ik op de bank. ‘Je moet niet schrikken’ zegt ze ‘maar je hebt al 3 cm ontsluiting en bent aan het bevallen.’ Nooit eerder in m’n leven slaat de schrik me zo om het hart. Mijn man zat nog rustig met een kopje koffie aan de tafel maar komt meteen naar ons toe. Wat?! Bevallen?! Nu?! Ik huil en vraag of mijn kindje nu doodgaat. Radeloos voel ik me. Ik had toch alles gedaan om de rust te nemen. Waarom gaat het dan nu alsnog mis!

Gelukkig is de verloskundige heel resoluut. ‘Jullie kindje gaat niet dood! We gaan naar het ziekenhuis, daar gaan ze proberen te remmen en als dat niet kan is hij daar op de allerbeste plek.’

Even later arriveren we met de verloskundige in het ziekenhuis. Het gaat zo snel, voor ik het weet lig ik aan de weeënremmers en zie ik de hartslag van ons kindje op een monitor naast mijn bed. Samen met nog meer streepjes die alles van mij en de baby registeren. Dan worden we alleen gelaten. Het is druk deze avond. We moeten afwachten of de remmers hun werk gaan doen.

Af en toe komt er iemand binnen om te vragen hoe het gaat en of ik nog weeën heb. Elke keer moet ik tot mijn grote verdriet zeggen dat ze niet weggaan. En dan wordt wat ik al wist gezegd: ‘Het spijt me, de remmers werken niet. Jullie kindje gaat geboren worden.’

De kinderarts wordt geroepen en we krijgen in sneltreinvaart uitleg over wat ons staat te gebeuren. Ik ben zo blij dat deze man naast m’n bed zit. Hij gaat ons kind straks helpen. Als ik hem hoor zeggen dat ze hier al kinderen met 24 weken opvangen en dat 30 weken voor hen geen reden is tot grote zorg ben ik niet meer bang. Het komt goed, ik weet het zeker.

Steeds als we alleen worden gelaten hebben we tijd om na te denken over wat gaat komen. En ja, ook een naam moeten we nog kiezen. Natuurlijk hadden we daar over nagedacht maar we hadden nog geen keuze gemaakt. ‘Zullen we die dan doen?’ ‘Ja, die wordt het!’

Midden in de nacht bellen we opa en oma uit bed. ‘Niet schrikken, maar… jullie kleinkind komt er aan.’

Maar hun kleinkind ligt in sterrenkijker en daardoor gaat het moeizaam. Opeens lijkt het mis te gaan en krijg ik een infuus voor ‘als we moeten ingrijpen’. Het gaat niet goed met hem, hij heeft het zwaar. Een drukte van jewelste ineens om m’n bed. Gelukkig krijg ik van die laatste momenten weinig mee. Ik beleef het in een roes en hoor later van mijn man hoe spannend het was.

Om half 8 is hij daar dan toch, onze zoon. En dan gaat het ineens snel. Even op m’n buik, navelstreng doorknippen, dan nemen ze hem mee en blijf ik alleen achter. Zonder kind en zonder man die met hem mee is gegaan. Een couveuse rijdt langs, ik mag even kijken maar zie hem amper. En weg is hij. Om hem pas uren later weer te zien.

Deze 24 uur staan op mijn netvlies gebrand en gaan er nooit meer vanaf. Vandaag blazen we 3 kaarsjes uit. Ik kijk naar mijn zoon en denk terug aan hoe het begon. De heftigste nacht uit mijn leven maar zo dankbaar voor wat het me gebracht heeft.

*eerste foto in de opvang naast de verloskamer

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn