Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

7 december 2015
Het is maandag, ik ben 28 weken en 6 dagen zwanger en na het onrustige weekend en een slapeloze nacht door weer een pijnaanval van de lever, staat er deze ochtend een echo gepland. Hier hebben we naar uitgekeken, want na alle onrust en onzekerheid in dit weekend zijn we erg benieuwd hoe het met jou gaat. Als de echo wordt gemaakt zien papa en mama het zelf al, de situatie is helaas flink verslechterd. De druk op de navelstreng is hoger dan ooit en in de navelstreng wordt niet alleen een nul-flow gemeten, maar nu zelfs ook een reversed-flow. Bij een nul-flow gaat er weinig tot geen bloed naar jou, bij een reversed-flow komt het bloed zelfs terug naar mama. Het geeft de zeer slechte conditie van de placenta weer en maakt dat het risico dat jij in mijn buik overlijdt steeds groter is geworden. Daarentegen lijk je wel wat gegroeid te zijn, je wordt geschat op 864 gram en dat geeft ons toch nog wat hoop.

We gaan terug naar mama’s ziekenhuiskamer en vanwege de kritieke situatie wordt mama meteen aan het CTG gelegd. Al snel komt de zaalarts langs om de uitslag van de echo te bespreken. Ze vertelt ons dat de geboorte niet al te lang meer uitgesteld kan worden en verwacht dat het één van de komende dagen zal moeten plaatsvinden. We zijn teleurgesteld, want als het even kan willen we je nog zo graag langer in mijn buik houden, dat is immers de allerbeste couveuse. Maar net terwijl we met de arts de opties tot uitstel m.b.v. frequentere controles bespreken, laat jij blijken dat dit absoluut geen goed idee is. We horen namelijk op het CTG dat jij een gigantische dip in je hartslag hebt. Deze daalt van 145/min naar 45/min en blijft daar beangstigend lang hangen. Als de arts ziet dat het echt mis is, loopt ze ogenschijnlijk rustig naar de gang en binnen een minuut staat er een tienvoud aan witte jassen aan mijn bed. Ik geef mijn nachtkastje een slinger opzij, want ik realiseer me dat dit het geschetste scenario “hollen” voor een spoedkeizersnede wordt. Binnen een mum van tijd wordt alles geregeld, er wordt een OK klaargemaakt en OK-team opgeroepen, de NICU wordt alvast gewaarschuwd, een verpleegkundige zorgt voor continu signaal op het CTG, ik krijg een katheter, een infuus met o.a. weer de magnesium en op een stevige draf verplaatsen we ons naar de OK.

Sinds de dip in jouw hartslag ligt mama te shaken in haar bed, de angst heeft de controle volledig van me overgenomen. Aangekomen op de OK weet ik zowaar toch nog wel wat belangrijke zaken als allergieën en een eerder niet goed gezette ruggenprik te benoemen. Jouw papa kleedt zich in een andere ruimte om in OK-kleding en bij mij wordt de ruggenprik gezet. Sinds het verlaten van de ziekenhuiskamer ben ik van het CTG af en hebben we dus geen idee hoe het met jou gaat, de angst dat je het niet haalt is enorm. De ruggenprik lijkt wederom niet goed te zitten want ik kan mijn benen nog bewegen, maar we nemen de gok en de gynaecoloog gaat gelukkig bliksemsnel van start. Met flink wat geweld wordt mijn buik opengetrokken en werken ze zich zo snel als ze kunnen een weg naar de baarmoeder. Door al dat geweld lig ik te schudden op die OK tafel, maar het maakt me niet uit, als ze maar snel zijn! Papa zit vlak naast mama’s hoofd en we praten elkaar er zoveel mogelijk doorheen. Ik ben gespitst op dat wat ik het OK team hoor zeggen en op de overige geluiden. Als ik op een gegeven moment hoor dat het vruchtwater wordt afgezogen, weet ik dat het niet lang meer zal duren.

Om 13.33 uur komt jij ter wereld en kondig je jezelf aan met het meest bescheiden en zwakke huiltje dat ik ooit heb gehoord. Maar je huilt, je maakt geluid, dus je leeft!!! Voor de zekerheid vraag ik aan jouw papa “dat was Jack, toch?!?” en hij zegt ja. De verpleegkundige seint papa in dat hij wel even mag opstaan om over het doek te kijken. Papa Rudi zegt “Oh San hij is echt héél klein” en ik vraag hem “maar beweegt hij wel?” en jouw papa vertelt mij dat je dit doet.

Alarmbellen


Hoewel we je liever nog veel langer in mijn buik hadden gehouden, ben je zo welkom lieve Jack!
Na tranen van opluchting en een dikke kus en knuffel met jouw papa, gaat hij snel achter jou aan. Jij bent intussen in een plastic zak naar de opvangtafel verplaatst. Daar wordt de ademhalingsondersteuning aangesloten, mag papa je navelstreng symbolisch nogmaals doorknippen en word je gestabiliseerd voor het transport naar de NICU. Uiteraard moet ik nog even op de OK-tafel blijven liggen en dus mis ik jouw eerste momenten op deze wereld.

Nu jij uit mijn buik bent, hoeven ze qua medicatie geen rekening meer met jou te houden en het lijkt wel of via het infuus de hele medicijnkist bij me naar binnen wordt gepompt. Gelukkig ben ik hierdoor eindelijk wat meer ontspannen. Voor het OK-team lijkt het spannendste gedeelte ook wel achter de rug want er zijn stukken minder medewerkers op de OK en degene die er nog wel zijn kletsen wat met elkaar. Ik voel me als nieuwbakken mama dan wel heel erg alleen, want daar lig ik dan, zonder man en zonder kind bij me. Een super lieve verpleegkundige komt wel even met camera bij mij langs om een foto van jou te laten zien, maar op de één of andere manier dringt het niet tot me door en voel ik niet helemaal wat ik zie. Na nog een aantal minuten staat ineens Rudi naast me met daarachter de neonatoloog én een couveuse! Mijn hart maakt direct een sprongetje, want in de geschetste scenario’s zou jij onvoldoende stabiel zijn om bij mij op OK langs te komen. Maar de couveuse met jou daarin wordt toch echt dichterbij mij gereden en ik verrek zowat mijn nek om je zo goed mogelijk te zien. Maar het lukt niet… De hoogte van de OK-tafel en de couveuse zijn niet goed op elkaar afgestemd en mijn beeld is door alle medicatie erg wazig, waardoor ik jouw mini lijfje eigenlijk niet kan zien. Toch ben ik blij, want het feit dat je bij mij langs mocht, betekent dat het niet heel slecht met je gaat.

Alweer super snel verlaat je de OK en rent een hele roedel personeel + papa met jou in de couveuse naar de NICU. De oma’s en opa die in de gang zitten te wachten, zien jullie voorbij flitsen en dus weten ze dat je bent geboren.

Als ik me al niet alleen voelde, is dat nu helemaal het geval. Ik kan die hechtdraden wel mijn buik in kijken, want ik wil zo snel mogelijk naar het volgende station; de uitslaapkamer. Maar er moet een ampul met nog meer medicatie aan de andere kant van het ziekenhuis gehaald worden en ik probeer m’n geduld te bewaren. Op de uitslaapkamer aangekomen hoor ik de anesthesist aan de verpleegkundige vertellen dat de ruggenprik inderdaad niet voldoende was gezet, mooi denk ik! Want dat betekent dat hij eerder is uitgewerkt en ik dus sneller naar jou kan! Het uitwerken gaat inderdaad snel en er wordt gebeld dat ik opgehaald kan worden. Als papa aankomt op de uitslaapkamer, zegt hij dat je 880 gram weegt, dat je je eerste infuusjes hebt gekregen en verder vertelt hij zo blij, lief en trots over jou. De verpleegkundige en papa rijden mijn bed naar de NICU toe en zo’n 2,5 uur na je geboorte ben ik er meer dan klaar voor om jou te ontmoeten.

Ik heb natuurlijk geen idee in welke couveuse jij ligt en ik word naar de achterste bij het raam gereden. Het is een ontzettend raar gevoel dat andere mensen mij nu vertellen welke van al die kindjes die van mij is. Maar ik vertrouw op jouw papa, want die is vanaf de geboorte bij jou gebleven en heeft alles goed in de gaten gehouden. Door de verpleegkundige word ik met jouw geboorte gefeliciteerd en ze noemt daarbij je naam, het geeft me een blij en trots gevoel.

Alarmbellen


De hoogte van mijn bed en jouw couveuse worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd en vervolgens word jij een beetje naar de zijkant van de couveuse geschoven zodat ik je beter kan zien en aanraken. Maar de situatie is verre van ideaal, mijn buikwond weerhoudt me ervan om naar jou toe te draaien. Daarnaast lig jij toch iets te hoog en ik durf de drukke verpleegkundigen niet te vragen om het nog eens aan te passen. Continu hoor ik alarmpjes, maar ik heb nog geen idee of die van jou zijn en zo ja waarom ze gaan. Met nog steeds een wazig beeld, kijk ik door het gat van de couveuse schuin omhoog naar jou. En tussen alle draden, snoeren, pleisters, je mutsje, een snuggle (soort slaapzakje) en een spuugdoekje waaronder jij verdwijnt, probeer ik een zo duidelijk mogelijk beeld van jou te krijgen. Instinctief zoek ik naar herkenning, ik wil zien dat jij míjn kindje bent. Ik verwacht een soort magisch moment als een moeder haar kind voor het eerst ziet, maar het is er niet. Ik zie een soort roze vlekje liggen en dat is er eigenlijk eentje zonder gezicht. Pas later op ingezoomde foto’s zien we dat je ook nog niet echt een gezicht hebt. Je bent zo ontzettend mager dat de vorm van je hoofdje meer een schedeltje is. Je oogjes zijn dicht en die lijken voorlopig ook echt nog even niet open te gaan. Het voelt een beetje leeg en vooral allemaal niet zoals het voor mijn gevoel zou horen te voelen, maar dat is helaas eenmaal de situatie. Ik vertrouw erop dat we hier even doorheen moeten en dat de mooie momenten dan ook echt wel gaan volgen.


Tussen alle draden, snoeren, pleisters, je mutsje, een snuggle (soort slaapzakje) en een spuugdoekje waaronder jij verdwijnt, probeer ik een zo duidelijk mogelijk beeld van jou te krijgen. Instinctief zoek ik naar herkenning, ik wil zien dat jij míjn kindje bent. Ik verwacht een soort magisch moment als een moeder haar kind voor het eerst ziet, maar het is er niet.


Omdat ik weet dat de oma’s en opa op de gang wachten en zij waarschijnlijk nog steeds in angst verkeren, verlaten we de NICU zodat we ze uit hun lijden kunnen verlossen. De verpleegkundige en papa rijden mijn bed richting mijn ziekenhuiskamer en op de gang komen we ze al tegen. Mijn mama wil me zo graag omhelzen dat ze me bijna m’n bed uit trekt, ze is zo blij om me te zien. Op mijn kamer vertellen we dat jij Jack Noah Ronald heet. Jack naar jouw overleden opa Jacob, een naam die o.a. “vervangt” betekent, dat vinden we zo mooi! Ronald naar jouw opa Ron(ald) en Noah, wat rust, vrede en troost betekent. Natuurlijk laten we ook de eerste foto’s van jou zien en uiteraard worden er traantjes gelaten.

De oma’s en opa laten ons met rust, we brengen wat mensen op de hoogte, onze lieve vriendin Renate maakt een korte geboorteaankondiging voor op Social Media, mama start met haar eerste kolfsessie, ome John komt langs en high van de morfine rust ik een beetje.

Gewapend met camera en mijlpaalkaarten (voor Prematuren) gaan we weer terug naar jou. Buidelen is heel belangrijk en goed voor jou hebben we gelezen, dus we hopen dat je vandaag al met mama mag buidelen. Maar aangekomen op de NICU horen we dat je het qua ademhaling zwaar hebt en dat het nog niet verstandig is om te buidelen. Papa had vanmiddag inderdaad al gezien en verteld dat jouw borstkas bij elke ademhaling diep inklapte. Jouw welzijn is uiteraard het allerbelangrijkste, dus hebben we geduld en houden het bij onze handen op jou leggen. Toch merk ik dat het een hele omschakeling is om deze afstand tot je kind te hebben en jou niet te kunnen overladen met liefde en kusjes zoals ik dat eigenlijk zou willen.

Terug op mijn ziekenhuiskamer gaan er natuurlijk duizenden gedachten door ons hoofd. In mijn hoofd weet ik dat ons kindje geboren is, maar moeder voel ik me eigenlijk absoluut nog niet. Ik probeer steeds maar jouw gezicht voor me te halen, maar omdat ik hem niet heb gezien, lukt het maar niet. Het maakt me verdrietig. In mijn kamer is ook een bed voor Rudi neergezet en ik ben zo blij dat hij vannacht dicht bij ons in het ziekenhuis blijft! Na nog een kolfsessie (nog zonder resultaat) is het tijd voor de nacht. De ene spannende fase van de zwangerschap is afgesloten en de volgende spannende fase is gestart…

Het verhaal over de geboorte van Jack is toch iets langer dan verwacht.
Lees daarom volgende week in de nieuwe blog over zijn eerste spannende dagen op deze wereld.

Sandra

Sandra

Lieve papa’s en mama’s, lieve kleine kanjers en lieve kleine Jack,



Ik ben Sandra, 32 jaar, woon in Amsterdam en ben sinds 07-12-’15 de trotse trotse mama van Jack.
Het is een jaar geleden dat mijn man Rudi en ik in een, jullie maar al te bekende, rollercoaster terechtkwamen. Nu een jaar later, denk ik nog vaak terug aan een tijd die zo intens was. Ik bladerde de dagboekjes nog eens door en samen met Hanneke (oprichtster Kleine Kanjers) kwam ik op het idee om deze dagboekverhalen in een blog te gaan verwerken.



De komende weken neem ik jullie in een wekelijkse blog mee, even terug naar vorig jaar, naar hoe onze rollercoaster er in die periode uitzag.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn