Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Ik vraag me wel eens af, wanneer ben je nou een échte goede moeder?

Eten je kinderen dan altijd biologisch en brengen ze dat voedsel vanaf dat ze kunnen zitten met hun eigen handen naar hun mond? Hebben ze de Intertoys nog nooit van binnen gezien? Zitten ze terwijl jij kookt op het aanrecht en helpen met de bereiding zonder in de pan te willen roeren of hun handjes in het vuur te steken? Hebben ze geen speen of knuffel (want dat is allemaal maar surrogaat troost ter vervanging van de moeder en die is er natuurlijk altijd) en slapen ze altijd bij je in bed? Worden je kinderen enkel rondgedragen in draagdoeken van hoogwaardige kwaliteit en krijgen ze borstvoeding totdat ze in keurig Nederlands kunnen zeggen: ‘Nee dank u mama, ik hoef niet meer’? Het is misschien een tikkeltje overdreven wat ik hier schets maar het is wel het gevoel dat ik soms krijg in de (sociale) media.

Ik kan je vertellen, een prematuur moeder verliest in deze ‘beste moeder competitie’ altijd.

Als prematuur moeder kun je er niet altijd zijn. Hoe erg je ook je best doet, een ziekenhuis is geen thuis en ’s nachts moet je toch ergens slapen. Een speentje biedt troost en een knuffeltje met mama’s geur is fijn als mama er dan niet is. Hoe graag je ook borstvoeding geeft en hoe hard je ook je best doet het te laten slagen, extreem prematuren hebben nog geen zoogreflex en moeten dat aanleren. Terwijl ze al zoveel energie moeten steken in andere dingen die ze nog helemaal niet hadden hoeven leren als ze nog gewoon in de buik hadden gezeten. Soms is in leven blijven al een opgave genoeg. En ja, dan mislukt de borstvoeding vaker dan dat het slaagt.
Rapley is volgens de ‘beste moeders’ natuurlijk dé manier om te leren eten. Maar wat als je kindje last heeft van negatieve mondstimulatie door de sonde die weken, maanden in zijn keel heeft gezeten? Dan eet je kindje soms anderhalf jaar alleen maar gepureerd voedsel omdat hij van al het andere gaat kokhalzen. Als hij tenminste al is gaan zitten rond die tijd want welke prematuur moeder gaat er niet naar een fysiotherapeut met haar kind omdat de fysieke ontwikkeling achterblijft?
En wat zou je graag je kindje bij je in bed laten slapen. Dicht tegen je aan waar het altijd veilig is. Maar zijn ‘wiegje’ staat in een ver en kil ziekenhuis. Met glas eromheen en een kacheltje erin om hem warm te houden en deurtjes waar je je handen door kan steken om hem te troosten als vasthouden niet kan.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Nee, wij prematuur moeders doen niet mee in de ‘beste moeder competitie’. Wij slaan ons erdoor heen en doen wat we kunnen. Terwijl de wereld onder je voeten wegzakt en je die weer probeert op te bouwen zo goed en kwaad als dat gaat, is het enige dat je hoopt dat je kind later in goede gezondheid kan zeggen:

Jij was de beste moeder mama…




Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn