Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Ruben is twee dagen oud en vandaag mogen we voor het eerst buidelen. Het is spannend: zo’n piepklein jongetje van niet meer dan 750 gram, geboren na 27 weken zwangerschap, gekoppeld aan monitoren en machines – moet dat jongetje uit de couveuse, zijn veilige haventje?

We tellen de slangetjes aan zijn lijfje. Het zijn er zeker 10: infuusjes, de sonde, de plakkers voor de ademhaling en hartslag, het lampje aan zijn voetje voor het zuurstofgehalte in zijn bloed. Zijn kleine lijfje is bedekt met slangetjes, plakkers en pleisters en we kunnen hem niet goed bekijken.

Gisteren kwam de verpleegkundige een foto brengen van Ruben zonder slangetjes en pleisters in zijn gezicht. Ik schrok me rot. Ruben ziet er echt uit als een oud mannetje; gerimpeld, gehavend en broodmager.

Hoe trots ik ook ben op ons sterke jongetje, ik kan hem niet zien als een baby. En dat vind ik vreselijk.

Waar is mijn moedergevoel? Waar is dat oergevoel dat je zou moeten hebben na de geboorte? Dat jouw kind het mooiste kind van de wereld is? Hoe hard ik ook zoek naar dat gevoel, ik kan het echt niet vinden.

Er wordt een warmtelamp bij mij neergezet en dan wordt Ruben voorzichtig uit de couveuse getild. Alle slangetjes worden meegenomen en om me heen gelegd zodat Ruben er het minste last van heeft. De warmtelamp gaat aan en Ruben ligt bloot op mijn borst. Hierna worden doeken over hem heen gelegd, zodat hij goed op temperatuur blijft. We moeten minimaal een uur zo blijven zitten om hem rust te geven en hem te laten wennen aan het temperatuurverschil.

Het kost me geen enkele moeite. Het is heerlijk om hem zo dichtbij te hebben. Voorzichtig houd ik hem vast, blij dat hij weer dicht bij me is.

Ik krijg een spiegel om te kijken hoe Ruben reageert. Hij vindt het ook fijn om lekker warm te liggen en wordt helemaal rustig.

Zelf word ik ook een stuk rustiger. Ik ben een beetje bekomen van de eerste schrik van de foto. Ik vind Ruben nog steeds niet het mooiste kind op aarde, maar ik voel heel veel als ik bij de couveuse sta. Trots, enorm veel trots, dat hij het toch maar eventjes doet, na een zwangerschap van slechts 27 weken. Medelijden, dat hij al die onderzoeken moet ondergaan. Angst, of het allemaal wel goed zal komen. Verdriet, dat ik hem hier alleen moet achterlaten, ook al is hij hier in goede en liefdevolle handen. En als ik dit allemaal voel, zal het met de hechting en het moedergevoel vast ook wel goed komen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn