Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Tegen de ene na de andere tegenslag loop je aan,
Een zwangerschap die niet goed mag lijken te gaan
9 weken, een hoop bloed.
Grote angst bij ons ‘dit gaat niet goed’
Misselijk tot bijna uitdrogen toe.
En ik voel me alleen maar moe, moe, moe.
Waarom kan het niet zonder slag of stoot?
Waarom gaat alles toch zo idioot?

Bij 16 weken spuug ik ineens niet meer.
En komt de twijfel keer op keer.
Is dit nu wel goed of niet?
Ergens diep in mij geeft dat verdriet.

20 weken jullie zijn te klein,
Nou moet dit zo erg zijn?
22 weken jullie groei stagneert.
24 weken, hadden ze het dan toch verkeerd?
26 weken, ze denken aan Down.
En wij vragen ons af: Hoe moet dat nou?

Dan de man met de hamer die niemand ziet,
Als jullie nu geboren worden halen jullie het niet.
Onze wereld stort ineens helemaal in.
En in de geplande pretecho hebben we geen zin.
Toch laten we die maken voor het geval dat.
Dus we hebben de koe bij de horens gevat.
In twee, drie- en vier-D.
We genieten van jullie alle twee.
Blij dat we dit toch hebben gedaan,
Kunnen we op huis aan gaan.

28 weken, jullie lijken zowaar boven verwachting gegroeid.
Een dag die onze hoop weer opbloeit.
30 weken, ik voel me verward, misselijk en raar.
En dan zo ineens lig ik daar.
Mijn bloedruk stijgt, mijn urine vult zich met eiwitten.
En ik ben zo dik en moe, ik wil alleen maar pitten.
Regelmatig zak ik even weg.
Tot iemand me weer aantikt en zegt,
Lekker sociaal ben jij.
Ik lach wel, maar voel me niet blij.
Ik huil mijn tranen stil in mijn van huis meegebrachte kussen.
Er is niemand die mijn verdriet weg kan sussen.
Zelfs mijn partner laat ik hier geen deelgenoot in zijn.
Hij heeft het al zo moeilijk op dit moment om mijn wederhelft te zijn.
Zijn angst en twijfel zijn heel groot,
Hij zegt: Straks zijn jullie alledrie dood.
Dat doet pijn, heel veel pijn,
Maar ik probeer dapper te zijn.

34 weken de koek is op.
Ik zit met alles aan mijn top.
Meer van de wereld dan erbij.
Al dat gepluk en getrek niets meer dan gewennerij.
Twee dagen van primen en strippen volgen.
En ik raak hoe langer hoe meer door angst bedolven,
Maar uitspreken kan ik het niet
En er is niemand die het ziet.
Hoe ga ik dit in Godsnaam doen, ik ben zo moe ik wil niet meer.
Ik ben volledig in paniek, het bonst in mijn hoofd keer op keer.
Maar ik moet en ik zal deze klus klaren.
Met mijn man aan mijn zij kom ik tot bedaren.
Tijdens de bevalling word ik keer op keer bij bewustzijn geroepen.
Totdat ik heel hard roep: Ik moet poepen!!!!!!!

En dan eindelijk op vrijdag 29 januari 2010,
Gaan jullie het levenslicht zien.
Twee iniminimensjes teer en klein,
Twee iniminimensjes zo puur en fijn.
Samen uit mijn buik,
Samen in de couveuse,
Ik ben moeder is dat niet reuze?
Toch voel ik een diepgeworteld verdriet.
En tot op de dag van vandaag; uitleggen kan ik het niet.

Inmiddels ruim twee jaar verder in de tijd.
En ik heb soms nog steeds zo’n spijt.
Dat ik jullie geen betere start heb kunnen geven.
Dat jullie zo hebben moeten vechten voor jullie leven.

Maar vooral ben ik gelukkig en blij.
Dat ik kan zeggen: die twee knullen zijn van mij.
Wat zijn jullie prachtig en wat ben ik TROTS!
Op mijn twee stoere binken en papa mijn ROTS!

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn