Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

En dan ineens ben je moeder. De moeder van Mees. Mees Hendrik Lukas Weber. Grote naam voor zo’n klein hompie.

Dinsdag was het zover. Stiekem nog 2 dagen eerder dan gepland. De artsen zagen het niet meer zitten om mij door te laten hobbelen. Het was genoeg geweest. Wat een zenuwen de hele nacht had ik. Geen oog deed ik dicht. Faab ook niet. Om half 7 stond ik onder de douche. Met Lassie nog in mijn buik. Afscheid nemen… Ik vond het een HEEL gek en eng idee.

7 uur kwam de zuster. En daar begon het gepluk aan je lijf. Katheter, infuus, hele rambam. Uiteraard ging dat weer heerlijk fout allemaal. 2 keer mis met het katheter, en infuus maar liefst 3 keer mis. Heerlijk begin van een spannende dag. Toen eindelijk alles aangekoppeld was gingen we naar beneden. In de uitslaapkamer moest ik op een tafeltje klimmen. Met die snoeren aan je dikke zwangere lijf geen makkie, maar ik lag. Vanaf dat moment lag ik te trillen als een rietje. Klappertanden, bibberen, kon niet meer stoppen.

Ik ging de OK in en Faab moest buiten wachten. Ik had 2 zusters bij me van de afdeling en een bekende arts die zou assisteren. Een zwangere arts. Dat voelde fijn. Nog steeds ben ik dankbaar voor de zusters. Want wat een beul van een anesthesist was dat zeg! Niets uitleggen, gewoon een beetje die naalden erin rammen. Ook mis omdat ik in paniek raakte en zo trilde. Ze gaven me iets kalmerends in het infuus en toen ging de zuster me uitleggen wat ie deed. Ik mocht haar hand vasthouden (daar heeft ze nu nog spijt van) en ik trok een ander zowat over de tafel heen van pijn en schrik. Maar uiteindelijk na wat aanvoelde als een uur zat die ruggeprik erin hoor. Wat een hel was dat! Later hoorde ik ook dat ze wel vaker tegen deze meneer gezegd hebben dat het beter zou zijn als ie een beetje zachter te werk zou gaan.

Daarna kwam Faab bij me. Ik lag te bibberen op die tafel achter en onder doeken. Zuurstof in je neus, meter op je vinger, band om je arm. Ik had het bloedheet, en ik kan me zo goed Faabs rustige koude handen op mijn gezicht herinneren. De hele tijd lag ik bibberend te huilen, en hij bleef maar met die lekkere koele handen over mijn gezicht gaan. Heel fijn gevoel. En ineens hoorde ik iemand zeggen: Hee, hij komt er plassend uit!!! Ik dacht; Huh? Eruit? Zijn ze al begonnen dan? En toen hoorde ik hem brullen. Heel hard huilen. ZO mooi om te horen. Ik was meteen gerust gesteld. Faab ging kijken bij Lassie die op dat moment Mees werd. Omdat ik achter een doek lag kon ik het niet zien, maar ik zag een voetje, en Faabs glanzende ogen, dat was genoeg. De blik in Faabs ogen zal ik nooit vergeten, dat vond ik nog het mooist van alles. Pure liefde.

Naast me zat mijn zuster die me gerust stelde, en de andere zuster maakte overal foto’s van. Toen mocht Mees even bij me. Hij stopte meteen met huilen en ik voelde me meteen zijn moeder.

Faab ging met hem mee naar boven en ik bleef achter. Mees had meteen apgarscore 9/10, woog 1970 en was 43 cm lang. Dus wat een grapjas, die was mooi groter en NOG sterker dan iedereen dacht. Eenmaal dicht mocht ik meteen boven bij hem. En gelukkig was ie nog vies en bloot, dat wilde ik graag… Hij had stiekem zelfs even bij zijn papa gelegen, en ging net de couveuse in. Niets geen slangetjes, geen sonde, geen zuurstof. Mees is een bikkel en dat werd maar weer eens duidelijk.

Van de rest van de dag heb ik weinig meegekregen. Ik was moe, had hoofdpijn en was echt kotsmisselijk. Ik weet alleen nog heel goed dat ik moest spugen, dat Faab net op tijd was met het bakje en ik alles eroverheen spuugde, zo in bed… Schaamde me dood… Ik heb de rest van de dag met mijn ogen stijf dicht in bed gelegen. Faab sliep bij me, en ik heb zowaar de hele nacht geslapen.

Woensdag ging het ietsjes beter. Ik had veel pijn, naweeën en een keizersnede… AUW. Niet fijn. Maar was niet misselijk meer. Kon weer wat eten en ik kon eindelijk naar Mees. Wat een iniemienie friemel baby’tje. Zo klein… Zijn vel nog veel te wijd voor zijn lijfje. En dat huiltje… Gossie. Gek dat ie van ons is… Dat besef je helemaal niet echt.

En vandaag is het donderdag. Ik moest uit bed vanmorgen. Gisteravond gingen alle snoeren en slangen eruit. Vanmorgen het catheter en ik moest douchen… Jeetje mina… Das wel een toer hoor… Je bed uit, rechtop met je lijf. Staan uberhaupt! Mijn benen waren tot gisteravond nog verlamd en ineens moet je erop staan. Doodeng met die wond. Je bent bang dat het openscheurt ofzo… Heel gek. En echt heel naar gevoel. Maar het moet, en het ging. Wederom was Faab mijn grote steun. Echt, wat een kanjer!! Die helpt me zo goed. Sleurt me letterlijk overal doorheen.

Net weer even met de trotse opa’s en oma’s bij Mees geweest. En iedere keer als ik hem weer zie ben ik een beetje meer verliefd. Wat een wonder eigenlijk. Dat dat in mijn buik gegroeit is. En dat ie zo sterk is en het zo goed doet. Dat betekent dat zijn moeder maar flink op haar tanden moet bijten en snel op moet knappen. Dan kan ik hem zelf verzorgen. En als hij zo vecht, dan moet ik dat ook kunnen he? Eerst samen in 1 lijf, nu apart, maar altijd samen.

Welkom op de wereld lieve stoere Mees.
Dikke kus van je mama.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn