Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Tussen de thuiskomst uit het ziekenhuis en zijn eerste verjaardag werd mijn zoon ’s nachts soms ineens in grote paniek wakker. Het was niet zijn normale huiltje bij honger of een vieze luier. Het was totale hysterie en wat ik ook deed, het ging niet over. Als ik met hem probeerde te buidelen wat in het ziekenhuis zo fijn voor hem was, duwde hij zich wild van me af. Als ik met hem probeerde te lopen gooide hij zich achterover. Hij wilde geen drinken en geen speen, hij wilde niks en was ontroostbaar. Ik kon hem alleen vasthouden en machteloos toekijken hoe hij vocht tegen zijn angst tot hij zelf de rust vond om weer te gaan slapen.

Het deed me pijn dat ik in die momenten geen contact met hem kreeg. Ik was zijn moeder en kon niks voor hem doen. Ook toen hij al ruim een jaar oud was lukte het me niet om hem in die momenten te troosten.

Ik kon er niet achter komen waar het door kwam. Ja hij had last van reflux waar hij pijn van kon hebben. Maar ook toen de reflux al over was had hij nog steeds die paniek-momenten. Mijn angst was dat hij nachtmerries had. Nachtmerries van alle narigheid die hij had meegemaakt in het ziekenhuis. Die kleintjes, ze liggen er zo stil bij maar van binnen schreeuwen ze het misschien wel uit. Wat weten wij van pijn bij baby’s die zich niet kunnen uiten omdat ze nog lang niet geboren hadden moeten worden?

Mijn zoon is nu ruim drie-en-een-half en kan tegenwoordig praten over zijn nachtmerries. Hij droomt wel eens over dinosaurussen of over opa die ineens de lucht in vliegt. Maar laatst werd hij plotseling wakker en zag ik ineens weer de angst van toen. Blinde paniek en niet kunnen praten over wat het was. Hij kroop even bij me maar gooide zich toen van me af op bed. Hij krulde zich op en kermde van angst. Het leken wel uren voor hij bijkwam en weer kon praten. En toen vertelde hij dat zijn droom over het ziekenhuis ging. Waren er mensen vroeg ik? ‘Ja!’ En wat deden ze dan? ‘Ik weet het niet!’ kermde hij en kroop bijna in me: ‘Mama, ik ben zo verdrietig…’

Na deze nacht had ik het gevoel dat ik het zeker wist. Dat elke keer dat hij zo in paniek was, hij droomde over wat hem overkomen is. Hij was niet zoals andere pasgeboren baby’s elke minuut in de geborgenheid van zijn moeder of in een wiegje in een vrolijke kinderkamer. Hij werd weggehaald bij zijn moeder en alleen in een glazen huisje gelegd. Naast zijn bed stonden vreemde dokters en zusters en die stopte slangen en prikte naalden in hem. Een vreemde man kwam met een tang zijn ogen openhouden om daar met een lamp in te schijnen en onderzoekjes te doen. Hoe moet je, als je nog geen idee hebt van de wereld om je heen en alleen de geborgenheid van de baarmoeder kent, dit begrijpen?

Ik weet niet precies hoe het werkt met dromen bij baby’s, maar ik ben ervan overtuigd dat dit het was wat hem zo angstig maakte. Ik kan er nu met hem over praten en foto’s laten zien van toen. Ik hoop dat hij het op den duur een beetje gaat begrijpen. Gelukkig kan hij zich nu uiten en praten over wat hij voelt. En gelukkig accepteert hij nu mijn troost en kan ik de moeder voor hem zijn die ik toen ook voor hem had willen zijn.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn