Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Ik ben 29 weken en 5 dagen zwanger. We weten ondertussen al een paar weken dat we een meisje verwachten. De meisjesnaam stond al snel vast. Gelukkig, een meisje, want over een jongensnaam konden we het maar niet eens worden.

En dan gaat het ’s nachts mis. Van niets aan de hand en heerlijk slapen, naar 12 uur later papa en mama zijn van een inieminiemeisje van net 1500 gram en een kleine 42 centimeter.
We zijn compleet overdonderd. En wat er gaande is, beseffen we ons op dat moment totaal niet.

Onze kleine Tuttie ligt in een couveuse aan allerlei slangetjes en plakkers, en de artsen blijven maar vertellen.
‘We hebben een echo gemaakt van haar hoofdje en zowel links als rechts is er een kleine hersenbloeding te zien’. Op dat moment stop je met luisteren, het enige wat je nog kunt denken is ‘Wat? Een hersenbloeding? Maar dat kan niet goed zijn! Ik weet wat een hersenbloeding doet bij volwassenen, dit kan toch gewoon echt niet goed zijn?’

Het vervolg van het verhaal komt niet meer bij me binnen. Achteraf jammer, want dat was nou juist het stukje met het ‘goede nieuws’. Het waren kleine bloedinkjes, gradatie 1, het trekt vanzelf weg, en de kans is zo ongeveer 99% dat ze er niets aan overhoudt.
Gelukkig, toch weer een geruststelling.

In de week dat Benthe geboren wordt is het dramatisch slecht weer in Nederland, het is -20 buiten, het sneeuwt en er wordt aangeraden niet de weg op te gaan als het niet nodig is.
Ons meisje is dus een echt winterkindje en dat terwijl ik absoluut niet van de winter hou, maar ons kleine meisje maakt zelfs de koudste dagen weer warm en stralend.
Om de beurt buidelen we elke dag met haar, bij papa en mama voelt ze zich heerlijk. Muisstil liggen we met haar op onze borst. Haar blote huid, op onze blote huid. Bang om te bewegen vanwege alle snoertjes en plakkertjes.
Benthe slaapt vooral, het groeien en ademen kost haar al energie genoeg. We zijn dan ook zo benieuwd naar de ogen van ons meisje. Welke kleur zullen ze hebben?

Langzaam komt ook het besef binnen wat ons nou eigenlijk overkomen is. We zijn veel te vroeg ouders geworden van een prachtig meisje, we hebben nog een lange ziekenhuis we te gaan. Er komen een hoop vragen naar boven. Hoe zal de toekomst zijn? Hoe zal ze zich ontwikkelen? Zal ze iets overhouden aan haar vroeggeboorte? Als je alle artikelen over prematuren moet geloven, kan het bijna niet anders dan dat we straks eindigen met een zwaarlijvige ADHD’er met een motorische en cognitieve achterstand.
Ik stop dan ook met het lezen van die artikelen. Ik word er compleet naar en verdrietig van.

En dan, als ze 6 dagen is, en we haar terugleggen in de couveuse (Joepie, ik durf het eindelijk zelf te doen!), doet ze ineens haar ogen wagenwijd open.
Ze kijkt ons, met haar prachtige pikzwarte kijkers recht aan, en lijkt zelfs een kleine glimlach op haar mond te hebben. Ze heeft een tevreden blik, alsof ze ons wat duidelijk wil maken.
‘Pap, mam, maak je geen zorgen om mij, ik kom er wel’.

En zo is het, de blik in de ogen van ons kleine meisje zegt zoveel meer dan al die artikelen bij elkaar.
Hoelang de weg is die we op dat moment nog te gaan hebben, weten we niet, maar we durven vertrouwen te hebben in de toekomst, een toekomst met haar.

Dit moment is nu alweer ruim 8 maanden geleden. We naderen hard haar eerste verjaardag.
En wat doet ons kleine meisje het goed. Ze ontwikkelt zich prima voor haar gecorrigeerde leeftijd, en ook aan haar gewicht (op 2 oktober woog madam een kleine 8200 gram!) is niet meer af te zien waar ze ooit op is begonnen.
Mensen die ons zien, en ons verhaal niet kennen, scharen haar in de categorie ‘Hollands Welvaren’.
Ze moesten eens weten, denk ik dan.

Nog steeds is de toekomst onzeker, nog steeds kunnen we niet in een glazen bol kijken en voorspellen hoe onze Tuttie zich zal ontwikkelen.
Maar, dan denk ik weer terug aan haar veelbelovende blik. De blik die ik nu ook nog regelmatig in haar (ondertussen knalblauwe) ogen terug zie.
‘Pap, mam, maak je geen zorgen om mij, ik kom er wel’.


Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn