Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

De geboorte van mijn dochter was een eitje. Binnen een uur was ze er. Ik had geen weeën doorstaan, washandjes kapotgebeten of urenlang op een skippybal ‘au au’ geloeid. Zelfs mijn haar zat nog goed. Nooit geweten dat je zo onverwacht en zo snel moeder kunt worden.

Ik probeer een woord te vinden voor hoe ik me voel over haar geboorte en de couveuseperiode die volgde. Ik denk dat het schuldgevoel is. Omdat haar geboorte een van de naarste herinneringen uit mijn leven is. En omdat haar begin van het leven zo naar was.

Stoned

Mijn dochter zag ik pas drie uur na de geboorte. Nou ja, ze hadden haar even omhoog gehouden boven het operatieschort. Maar toen ik haar eindelijk vasthield, was ik nog stoned van de verdoving van de keizersnee.

Op de derde dag van haar leven legden ze mijn dochter – 40 centimeter lang en 1400 gram licht – op een grote zwarte plaat. Er moesten foto’s van haar darmen gemaakt worden. Een verpleegkundige die altijd koude handen had, hield haar vast. Ook de plaat was koud en het duurde lang voordat ze een goede foto hadden. Ik was er niet bij.

In de vijfde week van haar couveuseperiode had ik ’s avonds een feestje. Ik fietste langs het ziekenhuis, ik zag de lichten branden achter de Nijntje-gordijnen van de afdeling. Ik dacht: nu fiets ik mijn eigen kind voorbij.
Ik was er vaak, maar ik was er vaker niet.

Echt

Twee jaar later werd mijn zoon geboren. Met een echte bevalling en weeën die zeer deden. Hoe mijn haar zat, interesseerde me niks. Van hem voelde ik me veel sneller moeder dan van haar. Alsof hij vanaf het begin al meer van mij was. En dat was ook zo. Mijn dochter moest ik delen met mensen die beter voor haar konden zorgen dan ik.

Overleven

Natuurlijk ging het allemaal om overleven. Als ze mijn dochter niet razendsnel uit me hadden gehaald, was ze doodgegaan. En die foto’s moesten ook: zo kwamen we erachter dat ze een beginnende darminfectie had. En via de infusen liep het antibioticum dat haar beter maakte.

En had ik in het ziekenhuis moeten gaan wonen? Met uitzicht op monitoren, couveuses en gele kolfapparaten? Ik was die avond op een feestje, maar ik dacht de hele tijd aan haar.

Woord

Misschien is schuldgevoel niet het goede woord voor deze periode. En als ik het spijt noem, is het alsof ik expres een miniatuurkind heb gekregen. Het is een ‘wat-jammer-dat-ik-je-geen-betere-start-kon-geven’-gevoel. Een ‘ik-had-iets-anders-voor-je-in-gedachten-gehad’-gevoel. Wie het woord weet, mag het zeggen.

Laura van Mourik werkt als redacteur en journalist. Ze schrijft o.a. over couveusekinderen en alles wat daarmee te maken heeft. Zie voor meer informatie haar LinkedIn profiel.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn