Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Volgens deskundigen maakt onze zoon op dit moment een ontwikkelingssprongetje door. Hij wil niet spelen, een luier verwisselen is een heus drama, hij klampt zich aan mij vast en zodra ik uit zijn zicht verdwijn huilt hij tranen met tuiten.

Elke nieuwe ontwikkelingsfase gaat hand in hand met huilbuien, hangen aan mama, een andere blik op de wereld, zo heb ik mij laten vertellen. Deze zogenaamde ‘sprongetjes’ vinden vast op een vastgestelde termijn. Hierbij moet je uitgaan van de uitgerekende datum van het desbetreffende kind. Vandaag ben ik begonnen met rekenen. Omdat hij vijf weken te vroeg geboren is moet ik volgens de sprongetjes-deskundigen zijn leeftijd met vijf weken corrigeren. Eerst maar eens uitrekenen hoeveel weken hij nu is. Hij is nu namelijk al zo groot dat ik in maanden reken. Hij is nu 10 maanden en 5 dagen oud. Helaas hebben sommige maanden meer dan vier weken dus zo gemakkelijk kom ik er niet vanaf. Wanneer ik er eindelijk achter ben gekomen hoeveel weken hij is kan ik er weer vijf vanaf trekken. Nu nog uitvinden of er bij dit aantal weken een ontwikkelingssprongetje hoort. De afgelopen dagen waren pittig. Zoonlief wil niet in zijn bed liggen, meneertje huilt alsof zijn leven ervan afhangt en heeft een humeur waar je u tegen zegt. Helaas, onze zoon is al twee weken verder dan het sprongetje. Klopt het verhaal van de sprongetjesdeskundigen dan niet? Loopt onze zoon soms achter in zijn ontwikkeling? Moet ik mij al zorgen gaan maken? In de baarmoeder heeft hij al een forse achterstand opgelopen, moet ik die weken er weer aftrekken? Dan kom ik niet meer uit met de uitgerekende datum. Ik bedenk mij dat mijn uitgerekende datum tot vier keer toe is gewijzigd met daarin een variatie van maar liefst zes (!) weken.
Met een zucht leg ik de informatie van de sprongetjes-deskundigen opzij. Ik loop naar boven richting de kamer waar zoonlief duidelijk hoorbaar een moeilijke tijd ondergaat. Even luister ik aan zijn deur. Ik bedenk mij hoe klein hij was na zijn geboorte. Hoe hard hij heeft gevochten om te overleven. De hartmassage, de beademing, de infuusjes in zijn voorhoofd die steeds weer gingen ontsteken. Omdat hij nog niet kon huilen piepte hij, zijn oogjes kon hij de eerste dagen nog niet openen. Wat deed hij zijn best om te ademen en wat was het frustrerend toen dit nog niet lukte. Ik herinner mij zijn eerste lachstuipje, de mooiste lach die ik ooit gezien heb.

Zachtjes doe ik zijn deur open, til hem uit bed en geef hem een dikke knuffel. Ik druk zijn lichaampje tegen mij aan en probeer hem te troosten. Onze kleine kanjer. Wat ben ik trots op hem. De ontwikkelingssprongetjes lijken ineens niet meer belangrijk. Want ik zie dat hij zich ontwikkelt en het kan mij niet schelen op welke termijn hij dat doet. Hij is goed zoals hij is en ik hou van hem, of hij nou in een sprongetje zit of niet.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn