Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Het oudste kind van Hanneke de Wit (35) werd na een zware zwangerschap acht weken te vroeg geboren. Genieten van een onbezorgde kraamtijd was er voor Hanneke niet bij, ook omdat ze nog te maken kreeg met de gevolgen van een zwangerschapsvergiftiging.

Hanneke (35): Mijn zwangerschap van Mischa kwam als een verrassing. Althans, niet helemaal natuurlijk. Het was een bewuste keuze geweest om te stoppen met de pil. Ik had alleen niet verwacht dat ik direct zwanger zou raken. Dat was wel het geval.

Toch was ik blij. Dit kindje was zeer gewenst. Maar vlekkeloos verliep de zwangerschap helaas niet. Ik was nog maar enkele weken in verwachting toen ik last kreeg van blaasontstekingen, harde buiken en een griepachtig gevoel. Ik moest opmerkelijk vaak plassen en was extreem vermoeid. Wat ik ook probeerde, ik knapte maar niet op. Op een gegeven moment voelde ik me zo ziek dat ik zelfs niet meer kon werken. Ik was nog maar twintig weken zwanger toen ik ziek thuis kwam te zitten. Wat was er toch met me aan de hand?

Geniet! Ook al is alles nog zo anders dan je je had voorgesteld. Klik om te Tweeten

Niets abnormaals, concludeerden de huisarts en verloskundige. Ze namen mijn klachten duidelijk niet serieus. De huisarts en verloskundige zeiden allebei zelfs letterlijk dat “de ene zwangere vrouw nu eenmaal beter met bijkomende ongemakken kan omgaan dan de andere”. Oftewel: het lag aan mijn instelling. Ik voelde me onbegrepen, machteloos en gefrustreerd. Ik werd weggezet als aanstelster en slappeling. Dat vond ik heel erg. Zo kende ik mezelf helemaal niet. Ik ben juist een doorzetter, optimistisch en meestal vrolijk. Ik liet me echter sussen dat er niets aan de hand zou zijn.

Toch zat het me niet lekker. Ongerust over de gezondheid van mijn baby was ik niet. Met hem ging goed. Maar op de een of andere manier voorvoelde ik dat ik deze zwangerschap niet zou voldragen. Ik had de onbedwingbare behoefte om alles ver van tevoren te regelen. Zoals de acte van erkenning die mijn vriend voor de geboorte moest ondertekenen omdat we niet getrouwd waren. Kleertjes kocht ik daarentegen nauwelijks. Mischa zou ze toch niet passen, wist ik. Hij zou er te klein voor zijn. Voor de vorm kocht ik drie truitjes in maatje 56. Meer niet.

Koester de mooie momenten. Want dit is de babytijd van je kindje, die komt nooit meer terug. Klik om te Tweeten

Vroeggeboorte

Intussen voelde ik me zieker en vermoeider worden. Er was echter geen deskundige die daar op aansloeg. Totdat de verloskundige in de 32ste week van mijn zwangerschap tijdens een reguliere controle ontdekte dat mijn bloeddruk erg hoog was. Ze stuurde me naar een ziekenhuis waar ik werd onderzocht. Er werden geen noemenswaardige afwijkingen gevonden. Wel moest ik om de paar dagen terugkomen om mijn bloeddruk te laten controleren. “Ziek komt u niet op mij over”, concludeerde een piepjonge arts-assistent. Ik wist niet wat ik hoorde. Ik voelde me wèl ziek en kon bijna niet zitten en praten door de pijn in mijn maagstreek en rug. Twee dagen daarna bleek de hartslag van Mischa afwijkend te zijn. Ik werd aan een CTG gelegd om zijn hartslag te controleren. Ik lag er anderhalf uur aan toen ik via de CTG letterlijk een knappend geluid hoorde. Tegelijkertijd voelde ik mijn broek kletsnat worden. Mijn vliezen waren gebroken! In allerijl werd ik naar een andere ruimte gebracht waar ik een echo kreeg en weeënremmers kreeg toegediend. Zie je wel, dacht ik geschrokken maar ook opgelucht en verdrietig. “Deze zwangerschap verloopt niet zoals het hoort. Het ligt niet aan mij. Ik stel me niet aan.”

Vreemd genoeg bleef ik de rust zelve. Ik had het gevoel dat alles goed zou komen. Mischa werd gewoon vandaag of morgen geboren, wist ik. Zoals ik al die tijd had geweten dat hij te vroeg zou komen. Slechts 32 weken was natuurlijk wel erg vroeg, maar op dat moment had ik geen idee wat voor gevolgen dat zou kunnen hebben. Ik lag op bed en wachtte rustig af. Mijn vriend en mijn ouders die inmiddels ook naar het ziekenhuis waren gekomen, gingen ’s avonds naar huis. Zij gingen slapen in de overtuiging dat er voorlopig niets zou gebeuren. Maar die weeënremmers deden niets. Een half uur later kreeg ik weeën en die zetten gewoon door. Ik lag alleen in mijn kamer en riep niemand toen ik merkte dat de weeën elkaar sneller begonnen op te volgen. Ik lag heerlijk rustig en dacht: ik wacht nog wel even af. Ik merkte eigenlijk niet eens dat de hele nacht zo verstreek. Aan het eind van de nacht kwam een verpleegkundige bij me kijken en vroeg me waarom ik niet op de bel had gedrukt. Ze reed me direct naar de verloskamer en liet mijn vriend oproepen. Ik was nog steeds rustig. Ook tijdens de bevalling. Hoe het kwam, wist ik niet. Het voelde alsof ik onder de kalmeringsmiddelen zat. Mischa was er in een mum van tijd. Wat nou pijn? Zo dacht ik na afloop. Waar doelden mensen op als ze zeiden dat bevallingspijn afschuwelijk was? Ik vond het niet fijn, maar ik herinnerde me geen pijn. Ik was gelukkig met mijn baby. Mischa mocht heel even bij me liggen. Hij was met zijn twee kilo erg klein. Maar voor 32 weken viel het eigenlijk nog wel mee. Mischa werd al snel naar de high care voor premature baby’s gebracht waar hij in een couveuse werd gelegd.

Zwangerschapsvergiftiging

Na de bevalling bleef ik alles in een waas beleven. Ik zag mensen dubbel. Ik kon niet focussen en vertelde hetzelfde verhaal steeds opnieuw zonder dat ik het door had. Toen ik een paar uren later even naar Mischa mocht, kon ik hem niet goed zien. Pas toen ik ’s avonds moest gaan slapen, begon de waas te verdwijnen en werd ik helder. Daar lag ik dan middenin de nacht. Alleen in een bed, met een lege buik waar Mischa nog in hoorde te zitten. Terwijl hij moederziel alleen een verdieping boven me in een couveuse aan allerlei slangetjes lag. Tot overmaat van ramp kon ik niet naar hem toe omdat ik zelf ook aan infusen en een monitor lag. Ik voelde me letterlijk leeg, eenzaam, verdrietig en verscheurd. Meer dan ik me ooit in mijn leven had gevoeld. Ik huilde de hele nacht in mijn eentje.

Toch waren de eerste dagen die daarop volgden behalve verdrietig ook heerlijk. Want als ik bij Mischa werd gebracht, was ik gelukkig. En na een paar dagen kon ik zelf naar hem toe. Dan liep ik op kousenvoeten naar boven, legde ik mijn hand op zijn lijfje in de couveuse en voelde ik me intens met hem verbonden.

Pas dagen later kwam het in me op om aan een arts te vragen wat er nou eigenlijk allemaal was gebeurd. “U heeft pre-eclampsie gehad”, werd me toen pas verteld. Ik was stomverbaasd. Ik had zwangerschapsvergiftiging gehad! Ik was dus wèl al die tijd erg ziek geweest. Zonder dat er een juiste diagnose was gesteld. Kennelijk omdat er nooit eiwitten in mijn urine waren gevonden, zo gaf de arts aan. En door de hoge bloeddruk die de zwangerschapsvergiftiging veroorzaakte, was ik tijdens en na de bevalling zo van de wereld geweest. Pas in de weken die volgden, werd ik met terugwerkende kracht boos. Als mijn ziekte op tijd was herkend, zou me al die maanden veel pijn en frustratie bespaard zijn gebleven.

Vijf dagen na de bevalling mocht ik naar huis. Ik vond het vreselijk om Mischa achter te moeten laten. Het was ook heel onwerkelijk in ons letterlijk lege huis waar mijn vriend natuurlijk alweer aan het werk was gegaan. Ik had veel verdriet en was erg moe. Maar hoe uitgeput en rot ik me ook voelde; elke dag reed ik in mijn eentje met mijn auto naar Mischa toe. Dan was ik gelukkig. Urenlang zat ik naast zijn bedje of hield ik hem tegen me aan. Buiten ging het leven voor iedereen gewoon door alsof er nooit iets was gebeurd. Dat vond ik vreemd en pijnlijk. Moeilijk vond ik ook dat buitenstaanders niet begrepen hoe het voelde om je kindje telkens te moeten achterlaten in het ziekenhuis. Iemand zei zelfs tegen me: “Je kunt in elk geval wel elke ochtend lekker uitslapen”.

Helaas beleefden mijn vriend en ik alles wat er gebeurde heel verschillend. Ik voelde me dan ook vaak eenzaam. Anderzijds vond ik het ook lekker rustig zonder het gebruikelijke bezoek in een kraamtijd. Vooral toen Mischa na drie weken mee naar huis mocht. Samen met hem trok ik me terug in mijn cocon. Mensen om me heen wisten niet precies wat er gebeurd was en de mensen die contact opnamen, hield ik een beetje af. Ik had geen energie om te praten. Ik nam de telefoon meestal niet eens op. De hele dag zat ik met Mischa op mijn borst op de bank, want hij huilde extreem veel. Dat is normaal voor premature baby’s. Verder ging het goed met hem. Maar ik liep wel met veel vragen rond. Want nog steeds was ik zo moe. Ik kon bijna niets. Hoe kwam dat? Nazorg kreeg ik echter niet. “Doe rustig aan”, was het enige wat een arts zes weken na de bevalling tijdens een nacontrole zei. Ik zocht op internet en langzaam begonnen alle puzzelstukjes op z’n plek te vallen. Op een forum leerde ik moeders kennen die ook een vroeggeboorte hadden meegemaakt. Allemaal hadden we dezelfde ervaring dat er op internet summier informatie te vinden was over de oorzaak en gevolgen van een vroeggeboorte en alles er omheen. Het was fijn om met andere moeders te praten die hetzelfde hadden meegemaakt.

Gevolgen

De weken verstreken en nog steeds voelde ik me uitgeput. En schuldig naar mijn collega’s en baas toe. Zij toonden echter begrip dat ik na het verstrijken van mijn zwangerschapsverlof nog niet in staat was om mijn werk als grafisch ontwerper te hervatten. De Arbo-arts was daarentegen minder begripvol. Op een dag moest ik me bij hem melden. Ik vertelde hem dat ik zo weinig energie had. En hoe de reis naar zijn kantoor al te veel voor me was geweest. Ook legde ik uit dat ik concentratieproblemen had en niets kon onthouden. Mijn woorden gingen totaal aan hem voorbij. Hij pakte pen en papier en maakte een schema waarin ik binnen drie weken weer honderd procent aan het werk zou zijn. Toen ik zei dat alleen de heenreis naar mijn werk al teveel zou zijn, zei hij letterlijk dat dat jammer was, maar dat hij daar ook niets aan kon veranderen. Blijkbaar was hij totaal onbekend met de gevolgen van zwangerschapsvergiftiging. En kennelijk vormde hij geen uitzondering. Want in het Academisch ziekenhuis waar ik intussen onder behandeling was gekomen, kreeg ik een brief voor de Arbo-arts. Het was een standaardbrief voor zulke gevallen. Daar werd me verteld dat wat ik had heel normaal was en dat heel veel moeders soortgelijke klachten hebben na zwangerschapsvergiftiging en dat die zelfs jaren konden aanhouden. Dat luchtte op. Ik voelde me na wekenlang tobben eindelijk begrepen.

Het gaf allemaal stress in een tijd die onbezorgd en vrolijk had moeten zijn. Gelukkig loste mijn werkprobleem zich vanzelf op. Ik hoefde niet meer aan de slag. Mijn contract werd niet verlengd en het reclamebureau waar ik werkte ging korte tijd later failliet.

Herhaling

Een half jaar na Mischa’s geboorte begonnen mijn klachten te verergeren. Ik begreep er niets van. Wat bleek? Ik was weer zwanger! Dat was niet gepland. Maar ook deze keer was ik blij. En ongerust! Wat als ik opnieuw zwangerschapsvergiftiging zou krijgen? In het ziekenhuis zeiden ze echter dat de kans op herhaling minimaal was. Dat stelde me een beetje gerust.

Mijn tweede zwangerschap verliep inderdaad beter. Wel leende ik voor mijn eigen geruststelling van een vriendin een bloeddrukmeter. Zo kon ik zelf mijn bloeddruk controleren. Een hoge bloeddruk is namelijk het belangrijkste symptoom van zwangerschapsvergiftiging. In de 35ste week was die opeens 100 bij 150. Ik schrok. En kort daarna kreeg ik een bandgevoel om mijn hoofd en zag ik sterretjes. Allemaal bekende symptomen. Het zou toch niet? Ja dus. In het ziekenhuis werd deze keer wel meteen zwangerschapsvergiftiging vastgesteld. Gelukkig, want doordat ze er zo snel bij waren, werd ik veel minder ziek dan bij Mischa. Ik kreeg medicatie en werd opgenomen. En in de 36ste week werd ik ingeleid. Wow! Ik nam mijn woorden terug. Een bevalling doet dus ècht pijn, ontdekte ik. Logisch, deze keer was ik niet versuft. Maar uiteindelijk hield ik dolblij onze zoon Levi in mijn armen.

Hoewel ook hij te vroeg was, hoefde hij niet in de couveuse. Levi mocht lekker naast me liggen en ik genoot. Bovendien mochten we al snel samen naar huis. Ik voelde me intens met hem verbonden en was gelukkig. Dit maakte iets van de moeizame start met Mischa goed. Levi zag alleen wat geel. “Zet hem maar in de zon”, werd ons geadviseerd. Dat hielp niet. Hij werd uiteindelijk zo geel dat we enkele uren na thuiskomst met hem terug moesten naar het ziekenhuis waar hij opnieuw werd opgenomen. Voor de tweede keer in mijn leven moest ik mijn kindje moederziel alleen achterlaten! Ik voelde me opnieuw intens verdrietig. Gelukkig mocht hij na enkele dagen alweer mee naar huis.

Mijlpalen

Terugkijkend op alles wat er is gebeurd, vind ik het vooral jammer dat ik nooit onbezorgd heb kunnen genieten van mijn kraamtijd na de geboorte van Mischa. Ik kwam in een roller coaster van emoties terecht. Hierdoor ontstond de behoefte om andere ouders van premature baby’s te helpen. Samen met twee andere meiden heb ik daarom zes jaar geleden Kleine Kanjers opgericht. Dit is een online platform voor ouders van prematuren en voor iedereen die te maken heeft met een vroeggeboorte. We bieden informatie en steun.

Tegelijkertijd tel ik mijn zegeningen. De verhalen op ons platform zijn soms confronterend. Mijn werk voor Kleine Kanjers heeft me met de neus op de feiten gedrukt dat het ook heel anders had kunnen aflopen. Mischa’s geluk was dat hij zo’n forse baby was. Het was gelijk duidelijk dat hij het zou redden. Iets wat helaas helemaal niet vanzelfsprekend is wanneer een baby prematuur geboren wordt. Ik hoor zwangere vrouwen wel eens klagen dat het kindje wat haar betreft ‘nu wel mag komen’. Dat doet me zeer. Je kunt het niet maken om zoiets te zeggen. Ik reageer dan maar niet. Ik wil niet zeuren en zo iemand heeft gelukkig geen idee waarover ze het heeft.

We zijn nu jaren verder en het gaat goed met ons. Levi is zes jaar. Mischa is zeven en geloof het of niet: hij is de langste van zijn klas. We hebben recent nog wel een zware tijd gehad. Mijn vriend en ik zijn vorig jaar uit elkaar gegaan. We waren te veel uit elkaar gegroeid. Alles wat er is gebeurd rond de geboorte van Mischa heeft daar geen goed aan gedaan. Ik woon nu samen met mijn twee jongens. Dat is fijn. Helaas ben ik lichamelijk nooit meer helemaal de oude geworden. Ik heb nog steeds lichte concentratieproblemen.

Het klinkt misschien raar, maar als ik mijn zwangerschappen over mocht doen, zou ik opnieuw voor deze moeilijke weg kiezen. Er is namelijk behalve veel verdriet ook heel veel moois uit voortgekomen. Stel dat Mischa zeven jaar geleden gewoon op tijd was geboren. Dan had ik nooit Kleine Kanjers opgericht. En zou ik nooit mijn Babyboek voor Prematuren hebben ontwikkeld. Het idee hiervoor ontstond omdat ik in reguliere babyboeken niet goed kwijt kon wat ik met hem meemaakte. Zoals specifieke mijlpalen wanneer hij uit de couveuse mocht en in een echt bedje mocht slapen. Ook zou ik geen mijlpaalkaarten voor premature baby’s hebben ontworpen. Daarmee kunnen kleine stapjes worden gevierd. Bovendien kom ik in mijn werk op plekken waar ik anders nooit terecht zou zijn gekomen. Ik heb een eigen ontwerpbureau en werk veel voor ziekenhuizen en instanties die werken met premature baby’s. Ik doe dit in Nederland maar ook in het buitenland.

Bovendien heb ik sterk het gevoel dat dingen gebeuren met een reden. Als ik dit niet had meegemaakt dan denk ik dat ik mezelf nu heel oppervlakkig had gevonden, ik kan dingen nu beter relativeren en meer begrip opbrengen voor mensen om me heen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en je weet nooit wat iemand heeft meegemaakt. Het heeft me in positieve zin gevormd. Maar het blijft jammer dat ik destijds niet optimaal heb kunnen genieten. Daarom probeer ik in mijn werk ouders van premature baby’s te waarschuwen. Geniet! Ook al is je kraamtijd nog zo anders dan je je had voorgesteld en heb je veel zorgen, pijn en verdriet. Koester de mooie momenten. Want dit is de babytijd van je kindje. Die periode komt nooit meer terug. En besef: ooit slijt de pijn en blijven alleen de fijne herinneringen over.

Tekst: Claudia Langendoe
Fotografie: Yvonne Palsgraaf
Dit artikel verscheen in Mijn Geheim Special nummer 16/07

Hanneke

Hanneke

Hanneke is moeder van twee jongens (32 en 36 weken, beiden te vroeg geboren vanwege pre-eclampsie), grafisch ontwerper en eigenaar van ontwerpbureau Tangram Studio. Zij is een van de oprichters van Kleine Kanjers en gaf het Babyboek voor Prematuren, de mijlpaalkaarten voor prematuren en Zorgen voor je baby op de couveuseafdeling uit.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn