Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Wat herinner ik het me nog goed. De allereerste keer dat ik één van onze jongens mocht vasthouden. Ze waren net een paar dagen oud.

Het was eigenlijk nog niet in me opgekomen dat ik die hele kleine mensjes vast kon houden.

Ik vond het al heel wat dat ik af en toe mijn handen in de couveuse mocht steken en ze zachtjes op hun hoofdje en beentjes mocht leggen.
De één was op de goede weg, de ‘toestand’ van de ander was nog niet stabiel en daarover maakten we ons veel zorgen.
Maar toen vroeg een verpleger plotseling of ik dat kleine ventje vast wilde houden. Het gevoel wat ik kreeg is niet te omschrijven. Net als het gevoel dat het me gaf toen het mannetje daadwerkelijk op mijn blote borst werd gelegd. Het leek nog het meest op een mengeling van trots, angst, vertrouwen. Maar het was veel minder ‘vreemd’ dan ik vooraf gedacht had.

Vanaf dat moment buidelden we regelmatig. Toen ook de ander sterk genoeg was, mochten we vaak tegelijk buidelen. Papa met de één en ik met de ander. Niet alleen voor ons een genot, ook de jongens lieten zien dat ze het fijn vonden. Heerlijk knuffelen, een beetje dommelen en pas opstaan als ik écht heel nodig moest plassen. Dan werd dat warme lijfje van me afgetild en voorzichtig terug in het glazen huisje gelegd. Altijd met een gevoel van teleurstelling, want ik had nog wel uren zo kunnen zitten.
In het volgende ziekenhuis werd stapje voor stapje de hoeveelheid slangen en draadjes minder. Zo kon ik ook met allebei de jongens tegelijk knuffelen. Samen op mijn borst, lekker dicht tegen elkaar aan.

Opnieuw heb ik uren zo gezeten. Snuffelen, knuffelen en af en toe stiekem een dutje doen.

Thuisgekomen hebben we het buidelen voortgezet. ’s Avonds in bed televisie kijken met allebei een kindje op de borst. ’s Morgens na de eerste voeding, als papa naar zijn werk vertrok, bleef ik liggen met de jongens en zo vielen we nog een uurtje in slaap samen. Wat een heerlijke tijd was dat.

Inmiddels zijn we vier-en-een-half jaar verder. De jongens zijn geen minimensen meer, het worden al hele kerels. Ze zijn niet alleen enorm groot aan het worden, zo voelen ze zich ook. En ze kunnen bijna niet wachten tot ze 5 jaar worden. Als we ze wel eens gekscherend uitmaken voor ‘baby’, worden ze boos en antwoorden ze standaard met ‘ik ben een grote jongen’. En gelijk hebben ze.

Totdat ze verdrietig zijn, moe zijn, ziek zijn of gewoon behoefte hebben aan een knuffel. Dan kruipen ze op schoot of tegen me aan en vragen ze: ‘Mag ik op je buik liggen?’.

Er moet wel iets heel dringends aan de hand zijn, wil ik dat verzoek weigeren. En zo buidelen we, zelfs jaren later, lekker verder. Ik hoop dat ze dat nog jaren willen doen!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn