Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

In de maand November delen wij een serie gastblogs die elk op een andere manier laten zien wat een enorme impact een vroeggeboorte kan hebben. Niet alleen op het leven van de te vroeg geboren baby zelf, maar ook op dat van de familie en vele anderen. We mogen er trots op zijn hoe sterk deze gebeurtenis ons heeft gemaakt en willen in november stilstaan bij de SuperPower die het ons gegeven heeft!
De veertiende in de serie is dit blog, geschreven door Sanne. Sanne werd in 2013 na 27 weken zwangerschap moeder van een tweeling. 

Twee kleine meiden op de NICU

Je ligt alweer een uur te jammeren in je bed en wilt niet gaan slapen; een kwartier geleden nog vol verhalen in mijn armen en klaarwakker, terwijl je zus al lang in dromenland ligt. Uiteindelijk leg ik je weer terug in bed, en beginnen we weer van voor af aan. De dagelijkse rompslomp als ouder; de wereld van ik wil niet gaan slapen, ga geen tanden poetsen, stiekem expres een stukje boterham aan de hond geven en nee, ik wil geen jurk aan. Die wereld was ruim twee jaar geleden nog vol van hoeveel sondevoeding mag je nu, mag je al een rompertje aan en ben je niet te zwak om te buidelen vandaag.

Jullie zijn geboren in een normaal ziekenhuis, er was niet eens meer de tijd om naar een kinderziekenhuis te gaan, omdat jullie het echt niet meer naar de zin hadden in mijn buik. Twee kleine meiden, een mama die 27 weken zwanger was en een papa die toch ook maar even naar het ziekenhuis moest komen. En toen: 900 en 1000 gram, zelfstandig ademend en met een goede kleur werden jullie de wereld in getrokken. De gynaecoloog twijfelde op slag of ze wel de goede keuze had gemaakt om jullie te halen. Toch bleek dat enkele dagen later wel zo; als ik een dag langer had gewacht met bellen, waren jullie er niet meer geweest. Vrouwelijke intuïtie blijkt onmisbaar en levensreddend.

De eerste 5 weken wordt er voor jullie (en natuurlijk een beetje voor ons) gezorgd in het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Daarna nog 6 weken in Breda, dicht bij huis. In een dagboekje wordt er voor jullie beiden bijna dagelijks een verslagje gemaakt door de verpleging, de een nog liever dan de ander, vol met plaatjes en stickers. Jullie worden met koosnaampjes aangesproken in de couveuse en ondanks dat ik er niet 24 uur per dag kan zijn, laat ik jullie met een gerust hart over aan hun kundige handen. De kinderarts geeft in het eerste gesprek aan dat ze open en eerlijk zullen zijn en er geen doekjes omheen zullen winden; als het niet goed gaat, zullen ze dit ook aangeven en ons voorbereiden op alles wat komen gaat. Klinkt eng en dat is het natuurlijk ook. Maar tegelijk het gevoel dat we serieus worden genomen; we zijn hier ook niet meer met de verwachting van de mooie roze wolk, alhoewel die soms zeker voorbij drijft. Het is allemaal nog zo onzeker wat er komen gaat.

Volgens de verpleging zijn jullie ‘pittige meiden’ en zoals gelukkig zoveel kleintjes hier ook echte vechters. Maar om je heen zie je ook de kindjes die op de Neonatologie ter plaatse geopereerd moeten worden, omdat de situatie zo kritiek is dat verplaatsen naar een operatiekamer niet meer gaat, een kindje wat ineens niet meer naast de onze ligt en er twijfel is wat de reden is, en kindjes die ineens een heftige terugval krijgen. We proberen ons er niet door te laten leiden en focussen ons op jullie. Dat gaat van dag tot dag, over het algemeen goede stappen, soms een stapje terug en heel soms een echt spannend moment als bijvoorbeeld de hersenbloeding van een van jullie beiden naar graad 3 gaat en we geïnformeerd worden over de gevolgen als dit doorzet; o.a. achterstand in ontwikkeling van motoriek en spraak. Dat soort gesprekken komen binnen en zetten ons op scherp. We willen sterk blijven, maar dat gaat niet altijd, natuurlijk komen allerlei emoties naar boven en moet je daar soms ook aan toegeven. Maar dan denken we weer; de toekomst is er nog niet, het kan nog alle kanten op. We kunnen ons er zorgen over maken, als het zover is. Vandaag de dag is het graad 3 en zijn we nog niet bij morgen.

We geloven in jullie en vertrouwen op jullie; zo klein en toch zo sterk dat jullie papa en mama er doorheen slepen. Ons overtuigen dat het allemaal goed komt.

kk blog SP14 foto 2En het komt goed; vandaag de dag zijn jullie (kern)gezond, hebben de achterstand ingehaald, lopen zelfs voor op leeftijdgenootjes en zijn jullie natuurlijk de leukste/ slimste/ knapste meisjes van de wereld. kk blog SP14 foto 3Hoe snel je soms weer vergeet wat jullie al hebben meegemaakt. Zijn jullie daarom ook zo open naar andere mensen toe, zo goed van vertrouwen en niet eenkennig? Zo sterk, flexibel en positief? Zo nieuwsgierig, observerend en knuffelig? Ik denk dat de lieve mensen in de ziekenhuizen hier wel een rol in gespeeld hebben. Naast jullie positieve en sterke papa en mama natuurlijk.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn