Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

In deze gastblog schrijft Susan hoe in 2010 haar dochter onverwachts veelste vroeg geboren werd.

Het was zaterdag 22 mei 2010. Het vocht hoopte zich al een paar dagen op, de eerste van vele medicijnen waren in gebruik genomen, maar toch waren we nog onwetend genoeg om te denken dat we snel op controle zouden gaan in het ziekenhuis. Het was schitterend weer tijdens dit lange pinksterweekend. Dus snel snel naar het ziekenhuis en daarna snel met de boot een lang weekend op het water vertoeven. Dat was de 1e keer dat we onze plannen drastisch moesten aanpassen.

Tijdens de controle bleek het al snel mis te zijn. De eerste eiwitten waren gespot en ik kwam niet verder dan mijn bed in die eenzame eenpersoons kamer. 24 weken en 6 dagen onderweg. Overtuigd dat ik het (met een paar goede boeken) in dat bedje wel een paar maanden moest kunnen rekken. Slechts 4 dagen later werd mijn Brabantse bedje al verruilt voor een Rotterdams exemplaar. Een gezellige 3 persoonskamer met uitzicht op van alles waarbij een provinciaaltje zich al snel buiten haar comfortzone bevindt. Maar schijnbaar ging het zo slecht dat ook die kamer binnen een uur werd verruilt voor de High Care. Een bed waar ik pas uit kwam toen ik al een paar dagen moeder was. Het vocht hoopte zich sneller op dan het licht (1 liter per dag) en nestelde zich ook lekker achter mijn longen.

Nog steeds ervan overtuigd dat ons kindje een Brabander zou worden, stond daar ‘s nachts ineens mijn bed vol met witte jassen. Ze zouden het van minuut tot minuut bekijken. (Hoe naïef kun je zijn denk ik nu) Toen de stuiptrekkingen in het dossier waren genoteerd kwam daar dan toch de boodschap dat het tijd werd dat onze baby gehaald moest worden. Bel uw man maar, doe het maar rustig aan, we gaan het kindje vanmiddag halen. Dat rustig aan bleek toch niet letterlijk te zijn toen ze kort daarna kwamen vragen of de vader er al was. Dus maar weer even bellen met het verzoek zijn rechtervoet wat meer te gebruiken en te parkeren bij de ambulance ingang.

En toen was daar ineens een piepklein meisje met een apgarscore van 3 keer een 9. 830 gram en 33 cm. (Een uitslover met de bouw van haar moeder dus) en slechts 400 ml bloedverlies. In ontslagbrief bleek later te staan: Geboren is een pittig meisje met redelijke start…. De klok sloeg 12.40u. Pas ‘s avonds zag ik haar voor het eerst.

Daar lag ze dan! Ik kon haar niet goed zien, heftige moedergevoelens waren er nog niet. Ik kende haar nog niet. Ik had haar pas een paar keer in mijn buik voelen schoppen en nu lag ze ineens in haar glazen huisje. Doorzichtig (niet alleen dat glazen huisje) en zo ontzettend breekbaar. Na een paar dagen mocht ik haar voor het eerst vasthouden. Heerlijk kangoeroen, maar dat was van korte duur. Ze moest aan de trilbeademing en uiteindelijk duurde het ruim een week voor papa haar voor het eerst mocht knuffelen. Kunnen jullie je dat voorstellen? Waarschijnlijk jullie wel. De mensen in mijn omgeving hebben geen idee.

Een darmoperatie bleek na 8 dagen grote noodzaak. Met een afschuwelijk litteken op ons perfecte meisje worden wij nog steeds herinnerd aan die gruwelijke vrijdagnacht. Operatie was geslaagd maar gevreesd werd voor de diagnose CF (Cystic Fibrosis, in de volksmond bekend als taaislijmziekte) Dat kan toch niet waar zijn…. Gelukkig bleek het ook niet waar te zijn. Die verlossende woorden kwamen na 3 zenuwslopende weken.

De longetjes bleken het grootste probleem. Nog lang niet volgroeid. Er volgde een 2e operatie aan de ductus. De beademing duurde te lang en beschadiging trad op. Er volgde een nieuwe diagnose BPD. Bronchopulmonale dysplasie . Ik verbeelde me haar als peuter op een driewieler met een zuurstoftankje achterop. Gelukkig bleek het niet de ernstige vorm en werd het een peuter op ski’s en een kleuter met een longinhoud waar Pietertje vd Hoogenband jaloers op kan zijn.

Het viel allemaal best zwaar die zomer van 2010. Geen kraambed, maar na 4 dagen als een lopende apotheek naar huis. Met een kindje Kilometers verwijderd in dat glazen huisje. Maar toch was het een hele bijzondere tijd met hele bijzondere momenten en gelukkig ook veel bijzondere mensen om ons heen. We vierden dat ze 28 juni eindelijk 1 kg zwaar was, we vierden dat ze dakloos werd (van couveuse naar warmtebedje) en we vierden dat ze na 2 maanden eindelijk voor het eerst in bad mocht. Zo anders dan normaal maar zo kostbaar. We kenden haar al ruim 3 maanden en wisten hoe een onvolgroeid kindje eruit ziet, wij hadden het knapste gevilde ratje van de hele wereld.

kleinekanjers prematuur gastblog mei 2De roze wolk kwam pas later maar is gelukkig (bijna) nooit meer weggegaan. En hoor je normaal bij een club van moeders die om het hardste roepen: ‘Die van mij heeft al een tandje door!’ ‘Die van mij groeit zo hard!’ ‘Die van mij slaapt ’s nachts al door!’ Gelukkig hoorde ik bij een hele speciale club moeders. Een club die niet schreeuwde maar een club die vooral de rest liet schreeuwen en maar 1 ding dacht: “Die van mij kan tegen niemand op. Want die van mij is prematuur” En zo is het, een iets te bijdehand prematuurtje met een super goede weerstand die bijna haar 6e verjaardag viert.

Wij zeggen alvast PROOST!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn