(Vroegtijdige) loslating van de placenta

Bij een (vroegtijdige) loslating van de placenta (solutio placentae of abruptio placentae) wordt onderscheid gemaakt tussen atypische (gedeeltelijke) loslating en klinische (totale) loslating.


Oorzaak

Een loslating van de placenta wordt veroorzaakt door een bloeding achter de placenta, veroorzaakt door een afscheuring van een slagadertje van de uterus naar de placenta toe. Hierdoor vormt zich een bloedstolsel (retroplacentair hematoom) dat zich kan uitbreiden tussen de placenta en de uteruswand, waardoor de placenta los laat. Afhankelijk van de druk die het hematoom veroorzaakt, zal een deel of bijna de hele placenta loskomen.

De oorzaak hiervan is onbekend, maar er wordt gedacht dat zwangerschapshypertensie (hoge bloeddruk) en/of pre-eclampsie, roken of het gebruiken van cocaïne tijdens de zwangerschap en trauma een loslating van de placenta kunnen veroorzaken.


Gevolgen

Bij een loslatende placenta vindt geen zuurstofuitwisseling meer plaats tussen moeder en baby. De baby komt hierdoor in nood, maar ook de moeder kan gevaarlijk bloeden en in shock raken. Ook kan het lichaam stollingsfactor (een eiwit dat noodzakelijk is voor de bloedstolling) tekort gaan komen waardoor gevaarlijke bloedingen kunnen optreden.


Stabiliseren of ingrijpen

Wanneer een vrouw verschijnselen vertoont van een loslatende placenta, zal eerst een CTG worden gemaakt om de conditie van de baby te beoordelen. Door middel van een echo kan de bloeding achter de placenta worden opgespoord en via bloedonderzoek kan de bloedstolling van de moeder worden onderzocht. In eerste instantie zal (indien mogelijk en indien de toestand van de baby dit toelaat) worden geprobeerd de toestand van de moeder te stabiliseren, maar uiteindelijk zal vaak een keizersnede noodzakelijk zijn.