Liesbreuk

Een liesbreuk is een veel voorkomende prematurenkwaal. Normaal gesproken moet een liesbreuk altijd doormiddel van een operatie verholpen worden. Maar bij een prematuur geboren kindje hoeft dit niet het geval te zijn. Omdat het lichaam van een te vroeg geboren kind nog niet ‘af’ is, kan de liesbreuk in de eerste maanden vanzelf overgaan. Toch wordt er vaak gekozen voor een operatie, omdat de risico’s bij inklemming (zie verder in dit stuk) groter zijn dan de risico’s van een operatie. Liesbreuken komen vaker voor bij te vroeg geboren kinderen en bij jongens. Een liesbreuk bij een (prematuur)kind is een aangeboren afwijking. Het is niet hetzelfde als een zwakte van de buikwand, wat bij volwassenen de oorzaak van een liesbreuk is.

Bij deze liesbreuk is de processus peritoneo-vaginalis niet gesloten. De processus peritoneo-vaginalis is de verbinding tussen de buik en het vlies rond de teelbal, ook wel het lieskanaal genoemd. Het kanaal volgt de zaadstreng naar de teelbal en loopt in de liesplooi, onder de huid. Bij een op tijd geboren kindje is dit kanaal bij de geboorte gesloten. Maar het kan ook gebeuren dat deze verbinding bij de geboorte nog open is, waardoor een stukje dunne darm erin kan zakken. Bij meisjes kunnen ook de eierstokken in de breuk terechtkomen. De verbinding sluit in de meeste gevallen tijdens de zwangerschap. Omdat prematuren ‘onaf’ geboren worden, is dat kans dus groot dat het kanaal nog niet gesloten is bij de geboorte.

Bij een liesbreuk zie je dat de huid wat opgezet is. Deze opzetting zit ter hoogte van de lies, boven de teelbal. De liesbreuk zie je vooral als er druk optreedt in de buikholte. Bijvoorbeeld bij huilen of persen. Als je kindje ligt te slapen of gewoon rustig ligt, verdwijnt de liesbreuk meestal. Ook verdwijnt de breuk door zachtjes erop te duwen. Dit is niet of nauwelijks pijnlijk.

Wat een liesbreuk risicovol maakt is inklemming. Het stukje dunne dram raakt dan beklemd in het kanaal. Zo ontstaat er een obstructie en is de bloedvoorziening van de teelbal of van de eierstokken in het gedrang. Daardoor kunnen zowel een stukje dunne darm als een teelbal afsterven.

Inklemming kun je constateren doordat de liesbreuk pijnlijk en blauw wordt en niet meer verdwijnt in rust. In dat geval moet zo snel mogelijk een arts ingelicht worden. Deze kan de liesbreuk terugduwen. Als dat niet meer lukt moet er direct geopereerd worden om te voorkomen dat er letsel ontstaat aan de dunne darm of teelbal/eierstokken. Obstructie en necrose van de darm door een ingeklemde liesbreuk kunnen levensbedreigend zijn.

Bij de operatie van een liesbreuk wordt via een snede in de lies de verbinding met de buikholte gesloten. Dit gebeurt onder volledige narcose. Vaak krijgt een kind na de operatie nog een verdoving in de lies om de pijn na de operatie te verzachten. Een kindje dat meer dan 3 weken te vroeg is geboren en gecorrigeerd nog geen 5 maanden oud is, wordt na de operatie minstens 24 uur geobserveerd aan de monitor.