Waterhoofd (hydrocephalus)

De officiële benaming van een waterhoofd is hydrocephalus. Dit betekend letterlijk: ‘teveel water in het hoofd’. In de hersenkamers (ventrikels) wordt hersenvocht (lipuor) aangemaakt. Via de hersenkamers loopt dit vocht naar de ruimte buiten de hersenen, waar het vocht weer in de bloedbaan wordt opgenomen.

Door een stolsel in de hersenen kan de afvoer van hersenvocht verstopt raken. Doordat het stolsel het vocht niet meer door laat gaan, maar de hersenen wel vocht blijven aanmaken, ontstaat een waterhoofd. Soms wordt er ook te weinig hersenvocht opgenomen in de bloedbaan of wordt er teveel hersenvocht aangemaakt. Bij een hersenbloeding kan het bloed soms niet door de afvoer, omdat bloed dikker is dan hersenvocht. Het afvoerkanaal is erg smal en zo kan het verstopt raken.

Een waterhoofd kan aangeboren zijn, maar ook het gevolg zijn van complicaties, zoals een hersenbloeding.

Behandeling

Na het constateren van een waterhoofd wordt, door het regelmatig maken van echo’s, de groei van het hoofdje nauwlettend in de gaten gehouden. Elke dag (soms meerdere keren per dag) wordt met een centimeter de hoofdomtrek gemeten. Eventueel wordt er een MRI-scan gemaakt.

Alleen als het waterhoofd ernstige klachten veroorzaakt wordt er gestart met behandelen. De klachten kunnen o.a. bestaan uit grote druk in het hoofd en apneus. In eerste instantie wordt hersenvocht afgetapt door middel van een ruggenprik. Dit is nodig om de klachten te bestrijden. Echter wanneer de verstopping op de verkeerde plek zit kan er soms niet genoeg vocht via de ruggenprik worden afgetapt.

Als er vaak vocht moet worden afgetapt, wordt er soms voor gekozen een reservoir onder de hoofdhuid aan te brengen. Dit is een tijdelijke drain, maar wel onderhuids. Er wordt dan met een naald in het reservoir geprikt en zo wordt er hersenvocht uit gezogen. Dit wordt meestal 4 weken aangekeken. Het kan zijn dat ze de eerste tijd meerdere keren per dag moeten aftappen. Als het daarna beter gaat, wordt het aftappen steeds minder totdat de ventrikels een normale grootte hebben.

Soms gaat het na 4 weken nog niet beter of treden er complicaties op. Dan kan er een permanente drain worden geplaatst. Via een drukklepsysteem voert deze drain het hersenvocht af naar de buikholte. Zo’n drain heet een ventriculoperitoneale drain. Deze drain is definitief en wordt geplaatst door een neurochirurg. Op andere manieren aftappen is dan niet meer nodig.