In het ziekenhuis: de NICU

Als je baby na de geboorte intensieve zorg nodig heeft, wordt het opgenomen op de NICU (Neonatale Intensive Care Unit) of ICN (Intensive Care Neonatalogie).

Vaak vrijwel direct na de geboorte wordt het kindje naar de afdeling gebracht, waar het de specifieke zorg krijgt die het nodig heeft. Dit houdt in de meeste gevallen in dat het aangesloten wordt aan een vorm van beademing of hulp krijgt bij het ademen. Ook wordt je kindje aangesloten aan een monitor. Hiermee worden de hartactie, ademhaling, bloeddruk, lichaamstemperatuur en het zuurstofgehalte in het bloed (saturatie) in de gaten gehouden. Hiervoor wordt om het handje of voetje een bandje met een rood lampje bevestigd. Dit is de saturatiemeter, hiermee wordt het zuurstofgehalte in het bloed gemeten. Op de buik en borst worden plakkers vastgemaakt die de hartactie en ademhaling registreren.

De monitor wordt zo ingesteld dat bij bepaalde waarden het alarm afgaat. De eerste keer is dit schrikken, maar de verpleegkundige zal uitleggen dat dit niet altijd iets ernstigs hoeft te betekenen.


Infuus of CVL

Waarschijnlijk krijgt de baby ook een infuus of een CVL (centraal veneuze lijn of lange lijn). Via een infuus worden voeding, medicatie of vocht toegediend. Een CVL wordt vaak ingebracht bij kinderen met een zeer laag geboortegewicht of kinderen die ernstige ademhalings- of bloeddrukproblemen hebben. Dit infuus wordt ingebracht via de elleboog of het onderbeen en tot in de holle ader, vlakbij het hart, geschoven.


In de couveuse of een warmtebedje

Het kindje komt in een couveuse of warmtebedje te liggen. Dit is nodig, omdat een prematuur geboren kindje nog niet zelf de lichaamstemperatuur kan regelen. Als een baby in een couveuse komt te liggen zal het nog geen kleertjes, maar alleen een luier dragen.


Eerst stabiliseren

Vaak mag de papa/partner van de moeder na de bevalling mee naar de afdeling om bij de baby te kunnen zijn, maar dit is niet in alle gevallen zo. Als het kind erg ziek is, hebben de artsen en verpleegkundigen de tijd nodig om het te stabiliseren en de behandelingsstrategie te bepalen. Als de ouders hierbij zouden zijn, zou het door alle uitleg die zij nodig hebben langer duren. Het wachten duurt dan voor je gevoel uren, maar vaak is het in werkelijkheid gemiddeld anderhalf uur. Als de spanning je echter teveel wordt, wees dan niet te bescheiden en vraag aan een verpleegkundige om contact op te nemen met de afdeling om te vragen hoe het met je kindje gaat.

Zodra je kindje gestabiliseerd is en verzorgd wordt op de NICU, ben je welkom op de afdeling. Voor ouders gelden over het algemeen geen bezoektijden. Ook is de afdeling altijd telefonisch bereikbaar voor vragen en het geven van informatie op de momenten dat je niet bij je baby kunt zijn. In sommige ziekenhuizen is ‘babywatch’ beschikbaar. Hiermee worden ouders in staat gesteld vanaf thuis, de kraamafdeling of ergens anders, hun kind te volgen via de computer met internetverbinding. Hiervoor zijn op de NICU camera’s geïnstalleerd boven het bed van de babies, die beelden opnemen die vervolgens beveiligd verstuurd worden via internet.


Hygiëne

Op de NICU gelden strenge hygiëneregels. Dit heeft als doel infecties te voorkomen. Te vroeg geboren of zieke baby’s zijn hier zeer gevoelig voor. In sommige ziekenhuizen kom je via een ‘sluis’ op de afdeling. Ook zal je gevraagd worden sieraden en horloges af te doen en je handen te wassen en met alcohol te ontsmetten. Dit wordt ook gevraagd van mensen die het kindje niet zullen aanraken.


Geluiden

Een NICU is geen rustige omgeving. Er is altijd geluid te horen. Er gaan alarmen af, er piept een infuuspomp of er is beademings-/ademhalingsapparatuur dat geluid maakt. Ook liggen er meerdere kinderen op één zaal. Toch probeert men de prikkels op de afdeling zoveel mogelijk te beperken, omdat vroeggeboren of zieke kinderen hier zeer gevoelig voor zijn. Het licht is daarom vaak gedimd, er hangen doeken over de couveuses of hemeltjes boven de warmtebedjes. Hard praten is niet toegestaan. Je kunt voor prettige geluiden voor je kindje zorgen door zachtjes tegen hem te praten.

Vaak ziet de omgeving van je baby er klinisch uit. Daarom is het leuk om het plekje van je kind een persoonlijk tintje te geven door kaartjes op te hangen, zelf een dekentje mee te nemen of een knuffeltje in het bedje te leggen. Overleg dit wel eerst met de verpleegkundige, omdat ook hier hygiëneregels aan verbonden zijn.


EVV: eerst verantwoordelijke verpleegkundige

Op de afdeling krijg je in veel ziekenhuizen een EVV toegewezen. Een EVV coördineert het zorgproces rondom het kind en de ouders. Deze verpleegkundige werkt altijd op de afdeling waar je baby ligt, maar het is niet zo dat de EVV ook altijd voor je kind zorgt.


Zaalarts

Op elke afdeling is een zaalarts die de zorg en de ontwikkeling van de kinderen in de gaten houdt. Wekelijks zullen de ouders een gesprek met de zaalarts hebben om de voortgang van het proces te bespreken en om vragen te stellen of te beantwoorden.

Onderwerpen