Home > Informatie > Dreigende vroeggeboorte > Wat kan je verwachten als je baby te vroeg geboren wordt? > Weeënremmers

Weeënremmers

Als een vroeggeboorte zich aandient proberen artsen, als dit nog mogelijk is, de bevalling uit te stellen met weeënremmende medicatie die meestal wordt toegediend via een infuus of in de vorm van een zetpil. Vaak met als belangrijkste redenen; de tijd hebben longrijpers (corticosteroïden) toe te dienen, de conditie van de baby te verbeteren of de moeder over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Soms worden weeënremmers gegeven terwijl er (nog) geen weeënactiviteit is waargenomen. Bijvoorbeeld bij voortijdig gebroken vliezen.

Weeënremmers zijn bedoeld om de weeënactiviteit te verminderen of te stoppen. Helaas lukt dat vaak niet meer dan een paar uur of een paar dagen. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen en verdwijnen de weeën wel volledig.

Het toedienen van weeënremmende medicatie kan bijwerkingen veroorzaken. De moeder kan last krijgen van een opgejaagd gevoel, hartkloppingen, trillen van handen en voeten en transpiratie. Het kindje zelf kan ook een verhoogde hartslag krijgen. Misselijkheid en braken komen ook nogal eens voor.

Soms worden er geen weeënremmers gegeven

Wanneer je minder dan 23 weken zwanger bent, zal je in sommige ziekenhuizen geen weeënremmers krijgen omdat dit niet zinvol blijkt te zijn. In dat geval zal je worden overgeplaatst naar een academisch ziekenhuis, waar ze zijn uitgerust om baby’s die op zo’n vroege termijn geboren zijn te behandelen.

Na 34-36 zwangerschapsweken is de overlevingskans van kinderen zodanig groot dat het over het algemeen niet noodzakelijk meer is om de geboorte uit te proberen te stellen.