Vaccinaties

Bij prematuur geboren kinderen wordt er in de ontwikkeling over het algemeen uitgegaan van de gecorrigeerde leeftijd. Dit is niet het geval bij de inentingen volgens het Rijksvaccinatieprogramma. Juist omdat deze kinderen zo kwetsbaar zijn, is het van belang dat zij goed beschermd worden en er dus op tijd gevaccineerd wordt. Te vroeg geboren kinderen missen het verhoogde aanbod van beschermende antistoffen van de moeder, die op tijd geboren kinderen in de laatste weken van de zwangerschap via de placenta krijgen. Daardoor zijn premature kinderen extra vatbaar voor ziektes. Uiteraard is het daarom verstandig de vaccinaties niet uit te stellen. Wel moet een kindje daarvoor sterk en fit genoeg zijn.

Als de baby nog in het ziekenhuis verblijft op het moment dat de eerste vaccinatie zou moeten worden toegediend (na de tweede maand), dan gebeurt dit in het ziekenhuis. De inentingskaart die je van het RIVM thuis ontvangt, moet je meenemen naar het ziekenhuis. De verpleging zal de vaccinaties toedienen en de kaart tekenen.

Soms heeft een kind last van de inentingen. Dit kan zich vertalen in verhoging of koorts en er kunnen afwijkingen op de monitor worden vastgesteld. Vaak wordt er dan besloten de volgende vaccinaties te geven terwijl het kind (weer) 24 uur aan de monitor ligt. Soms betekent dit opnieuw een korte opname in het (streek)ziekenhuis.