Oogonderzoek

Soms is een oogonderzoek nodig, bijvoorbeeld de ROP-screening. Dit wordt gedaan door een gespecialiseerde oogarts, ondersteund door NICU-verpleegkundigen.

Een oogonderzoek is in principe pijnloos. Wel kan het stressvol zijn voor een baby. Daarom proberen zowel de arts als de verpleegkundigen het kindje zoveel mogelijk gerust te stellen. Dit kan door de baby in een goede gesteunde houding te leggen, een speentje met suikerwater (sucrose) te geven of het voorzichtig vast te houden. Ook wordt er eventueel een pauze ingelast als het voor het kindje te stressvol blijkt te zijn.

Om het oogonderzoek goed uit te kunnen voeren, moeten de pupillen zo wijd mogelijk zijn. Daarom krijgt het kind eerst oogdruppels toegediend. Deze moeten een half uur inwerken voordat het onderzoek kan plaatsvinden en worden in drie keer toegediend, om de 10 minuten.

Het meest vervelende van een oogonderzoek, en dan vooral voor de toeschouwers, is het speculum. Dit is een klemmetje waarmee de oogleden worden opengehouden. Via de pupil kunnen op deze manier het netvlies en de lens goed bekeken worden. Omdat dit er vervelend uitziet, kiezen veel ouders ervoor om er niet bij te blijven.