Selecteer een pagina

Home / Informatie / Voeding

Voeding

Het maagdarmstelsel van een ongeboren baby heeft ongeveer 40 weken de tijd nodig om helemaal te rijpen, zodat hij bij de geboorte klaar is om voldoende voeding op te nemen. Wanneer een baby te vroeg geboren wordt, is zijn spijsverteringskanaal wel klaar, maar nog niet rijp. Zijn maag is nog klein en kan maar hele kleine hoeveelheden tegelijk verwerken. Daarom moet de voeding al heel snel na de geboorte heel langzaam worden opgestart, zodat het lichaam van je baby eraan kan wennen. Dit noemen we minimale enterale voeding (MEV), waarbij voortdurend hele kleine beetjes worden toegediend om de darmen aan de gang te houden.

Voeding via het infuus of lange lijn

In de allereerste periode krijgt je premature baby de belangrijkste voedingsstoffen soms via een infuus of een lange lijn (CVL) toegediend. Voeding mag niet via hetzelfde infuus worden gegeven als eventuele medicijnen. Moet er langere tijd ononderbroken voeding worden gegeven, dan wordt dit soms toegediend via een lange lijn (CVL). Toch wordt de periode van toediening via CVL zo kort mogelijk gehouden, om infecties te voorkomen.

Door minimale enterale voeding (MEV) toe te passen, wordt de ontwikkeling van de nog onrijpe darmen gestimuleerd, zonder ze teveel te belasten. Totaal parenterale voeding voor neonaten (TPV) bevat behalve vocht alle voedingsstoffen die je baby nodig heeft, zoals vetten, vitaminen en mineralen, glucose, aminozuren en eiwitten, precies in de juiste verhouding.

Voeding via de sonde

Al in week 20 van de zwangerschap begint je baby in de baarmoeder te oefenen met zelf drinken, door hele kleine slokjes vruchtwater te drinken. In week 26 is zijn maagdarmstelsel meestal klaar om voedingsstoffen op te gaan nemen. Je zou daarom misschien verwachten dat een te vroeg geboren baby meteen na de geboorte al in staat is om zelf te drinken, maar in werkelijkheid is dit niet zo. Voordat hij zelf kan drinken, moet hij eerst leren om tegelijkertijd te zuigen, te slikken én adem te halen. Het duurt even voordat hij de coördinatie tussen deze drie vaardigheden op elkaar af kan stemmen.

Zo lang je baby nog niet zelf kan drinken, wordt hij bijgevoed, meestal door middel van sondevoeding. Bij sondevoeding wordt moedermelk of kunstmatige zuigelingenvoeding vanuit een spuitje via een slangetje (de sonde of maagsonde) langzaam direct in de maag van de baby gegeven. De sonde wordt ingebracht via de neus (of soms via de mond) en gaat naar de maag via de keelholte en de slokdarm. Je baby heeft hier meestal weinig last van. De hoeveelheid voeding wordt zo heel langzaam opgebouwd, zodat het maagdarmstelsel de tijd krijgt om er aan te wennen.

Sondevoeding kost de baby weinig inspanning, de voeding kan zelfs gegeven worden terwijl hij slaapt. Wil je graag borstvoeding gaan geven, dan is het goed om sondevoeding, als dat kan, zo veel mogelijk te geven terwijl je met je baby buidelt, omdat hij het fijne verzadigde gevoel in zijn maag dan gaat associëren met bij jou zijn.

Je baby zelf sondevoeding geven

Meestal wordt gestart met 12 voedingen per dag, om de twee uur. Als je dat wil, kan je verpleegkundigen vragen om je te leren je baby zelf sondevoeding te geven. Het is belangrijk om goed op je baby te letten tijdens de voeding en de voeding niet te snel te geven. Stop met geven van de voeding wanneer je baby begint te hoesten, te kokhalzen of te spugen.

Begint je baby anders te ademen, verandert de kleur van zijn gezicht of begint hij onrustig met zijn lichaam te bewegen, laat de voeding dan langzamer inlopen. De snelheid waarmee de voeding inloopt kan je bepalen door het spuitje hoger te houden zodat de voeding sneller inloopt. Hou je het spuitje lager, dan loopt de voeding langzamer in.

Zelf leren drinken

Wanneer je baby zelf zal kunnen gaan proberen te drinken, is niet van tevoren te voorspellen. Hoewel er wordt gezegd dat dit moment vaak rond de 32 weken ligt, zijn er baby’s die de coördinatie tussen het tegelijkertijd zuigen, slikken en ademhalen al met 30 weken of eerder onder de knie hebben, maar er zijn ook baby’s bij wie dit veel langer duurt. Dit moment hangt niet af van zijn leeftijd of zijn gewicht, maar van hoe stabiel hij is en hoe ver hij is in zijn ontwikkeling.

Beginnen met het geven van borstvoeding

Wanneer je baby zo ver is, kan je langzaam gaan oefenen. Het is nooit van tevoren te voorspellen hoe lang dit zal duren. Wil je je baby zelf aan de borst leren drinken, is het belangrijk om al van het begin af aan zo veel mogelijk te buidelen, liefst minimaal 1 tot 2 uur achter elkaar. Is je baby hier aan toe, kan je hem tijdens het buidelen voorzichtig aan je tepel laten ‘snuffelen’. Misschien begint hij na een tijdje te sabbelen, dan kan je voorzichtig een druppeltje melk uit je borst knijpen om hem aan te moedigen. Het is verstandig om dit samen met een verpleegkundige te doen, want je baby zou zich hierbij kunnen verslikken.

Hoewel het soms weken kan duren voordat je baby daadwerkelijk bij je begint te drinken, komt er uiteindelijk een moment waarop je baby aanhapt en niet meer loslaat. Wanneer hij goed heeft aangehapt, kan hij beginnen aan je borst te drinken. In het begin zijn dit misschien maar een paar kleine slokjes, maar dit is een belangrijke eerste stap en een hele mooie mijlpaal!

Je baby voeden via de fles

Omdat je als moeder nog steeds niet overal 24 uur per dag bij je baby in het ziekenhuis kan zijn, en omdat je thuis misschien nog andere kinderen hebt waarvoor je moet zorgen, zal je baby tijdens de opname waarschijnlijk ook voeding via een fles krijgen. In principe krijgt hij dan jouw afgekolfde melk, maar wanneer je geen borstvoeding geeft of wanneer het niet lukt om voldoende af te kolven, krijgt je baby kunstmatige zuigelingenvoeding.

Toch nog sondevoeding

De eerste periode zal zelf drinken nog worden afgewisseld met sondevoeding, om je baby de kans te geven om tussen de voedingen te rusten. Door je baby voor en na elke voeding (bloot) te wegen en zijn gewicht van voor de voeding af te trekken van zijn gewicht van na de voeding, kan je berekenen hoeveel hij gedronken heeft. Een gram komt overeen met een milliliter. Is je baby na een voeding dus 35 gr zwaarder, dan heeft hij dus 35 ml gedronken. Krijgt hij normaal gesproken 45 ml per voeding, kan de resterende 5 ml na de voeding via de sonde worden gegeven. Op den duur zal je merken dat je baby steeds krachtiger en langer kan drinken en zal bijvoeding niet meer nodig zijn.

In het boek Borstvoeding geven aan je prematuur komen alle onderwerpen rond zelf uit de borst leren drinken uitgebreid aan bod. Het boek bevat een handig voedingsschema en een kolfdagboek en borstvoedingsdagboek om je hierin te ondersteunen. Dit boek kan je bestellen in de shop.

Aanbevolen producten

  • Borstvoeding geven aan je prematuur

    Borstvoeding geven aan je prematuur

     16,00
    In winkelmand
  • Mijlpaalkaarten voor prematuren

    Mijlpaalkaarten voor prematuren

    Waardering 5.00 uit 5
     12,50
    In winkelmand
  • Kleine Kanjer! Babyboek voor Prematuren

    Kleine Kanjer! Babyboek voor Prematuren *pre-order*

     34,95
    In winkelmand
  • Zorgen voor je baby op de couveuseafdeling

    Zorgen voor je baby op de couveuseafdeling

    Waardering 5.00 uit 5
     16,00
    In winkelmand

Pin It on Pinterest