Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Vandaag is het de laatste dag van de week tegen het pesten. Als meisje ben ik het laatste jaar van de lagere school erg gepest. Zonder reden, gewoon omdat de grootste pestkop van de klas haar pijlen op mij had gericht. Ik was maar wat blij toen de basisschool voorbij was en ik een nieuwe start kon maken op een nieuwe school waar niemand mij nog kende. Het pesten heeft mij zoveel pijn gedaan dat het een van mijn grootste angsten is als het om mijn eigen kinderen gaat. Als ze maar niet gepest worden…

zijwieltjesHet bleek al snel dat mijn oudste zoon, mijn prematuur, in veel dingen achter liep. Het heeft heel lang geduurd voordat hij normaal kon eten. Hoe lang hebben we zijn eten wel niet gepureerd omdat hij bij elk groot stukje begon te kokhalzen. Zaten we daar bij de logopedist te oefenen met een korstje brood. Ook de fysiotherapeut heeft onze baby geholpen. Zitten, rollen, het had allemaal extra tijd nodig. Maar maakte mij het wat uit? Nee. Hij was veilig onder mijn vleugels en mocht zich op zijn eigen tempo ontwikkelen.

Zo’n 9 maanden voor zijn vierde verjaardag werd ik toch wat nerveus. Zijn lichaam werkte nog steeds niet mee. Hij kon niet rennen, struikelde met lopen al snel over zijn eigen voeten. Springen deed hij niet en klimmen al helemaal niet. En dan fietsen… Hij kreeg met zijn slappe spieren (door hypermobiliteit) de trappers niet rond. Ik dacht: hoe moet dat straks als hij naar school gaat en hij niet kan meedoen met de andere kinderen? Zou hij dan al buiten de boot vallen?

Met de kinderarts besprak ik mijn zorgen en zij stuurde ons (weer) naar een fysiotherapeut. Met haar maakte hij reuze sprongen. De oefeningen maakte hem zekerder over zichzelf, met steeds meer zelfvertrouwen leerde hij zijn spieren beter gebruiken. En ja hoor, binnen 3 maanden fietste hij op zijn driewieler door de straat! Op zijn vierde verjaardag kreeg hij een echte kleuterfiets en trots ging hij erop naar school.

Inmiddels wordt hij alweer bijna 5. Als ik hem op het schoolplein zie spelen, zie ik dat hij nog steeds niet zo sterk is als andere kinderen. Wat bij anderen soepel gaat, gaat bij hem moeizaam en gepaard met vallen en opstaan. Maar hij doet wel mee! Hij heeft een vriend die 3 dagen jonger is, maar die fietst zonder zijwieltjes, kan skaten en 3 keer zo groot en sterk is als hij. Toch vinden ze elkaar in hun spel want tussen hen doen die lichamelijke verschillen er niet toe.

Maar ik hoor ook af en toe kinderen naar hem roepen: ‘waarom heb jij nog steeds zijwieltjes?!’ En voor de vakantie had een jongen uit de klas hem meerdere keren geplaagd, hem een baby genoemd, en hem buitengesloten toen de jongens op het klimtoestel gingen spelen.

Hij begreep er niks van, hoezo was hij een baby, hij was toch al 4? Mijn hart brak. Hier was ik al die tijd bang voor geweest. Zijn juf heeft ervoor gezorgd dat het pesten is gestopt. So far so good. Volgende maand beginnen zijn oefeningen bij de fysio weer. Ik hoop dat het hem nog sterker zal maken. Want wie weet vindt iemand het straks weer nodig om hem te pesten om de dingen die hij niet kan. Maar ik vind ook: hij is wie hij is. En hij is net zo veel waard als andere kinderen. Met of zonder zijwieltjes.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn