Home > Kennisbank > Dreigende vroeggeboorte > Cerclage (transvaginaal of transabdominaal)

Cerclage (transvaginaal of transabdominaal)

Een cerclage is een bandje dat door de gynaecoloog om je baarmoedermond kan worden geplaatst om een vroeggeboorte te voorkomen. Bijvoorbeeld bij een verkorte baarmoederhals, waarbij de baarmoederhals (cervix) te vroeg korter en weker wordt, en dus te vroeg klaar is voor de bevalling. Dit noemen we cervixinsufficiëntie: de baarmoedermond is dan te zwak om de zwangerschap tot het einde toe uit te dragen.

Een cerclage wordt geplaatst wanneer je 12 tot 16 weken zwanger bent, en kan transvaginaal (via de vagina) of transabdominaal (via de buik) worden geplaatst. Dit is afhankelijk van de situatie en van je medische voorgeschiedenis.

Transvaginale cerclage

Voordat de cerclage geplaatst wordt, zal eerst een echo worden gemaakt. Daarvoor pakt de gynaecoloog de baarmoedermond voorzichtig vast met instrumenten en legt hij er een stevig, niet oplosbaar bandje omheen. Na het plaatsen krijg je een zetpil om eventuele krampen te verlichten.

Als de cerclage via de vagina is geplaatst, dan mag je meestal na een paar uur naar huis. Wanneer je een ruggenprik of narcose hebt gehad, of wanneer je last hebt van buikpijn, bloedverlies, of niet kunt plassen, word je een nacht opgenomen.

De bevalling na een transvaginale cerclage

Wanneer je 36-38 weken zwanger bent, wordt het bandje poliklinisch verwijderd. Soms komt de bevalling dan meteen op gang, maar anders mag je gewoon naar huis om de bevalling af te wachten.

Transabdominale cerclage

Een transabdominale cerclage wordt veel minder vaak geplaatst. Alleen vrouwen waarbij het plaatsen van een transvaginale cerclage onmogelijk is, bijvoorbeeld door een beschadigde of te korte baarmoedermond, krijgen een transabdominale cerclage. Via de buik kan de cerclage hoger om de baarmoedermond worden gelegd, zodat die niet meer open kan gaan staan.

Is de cerclage via een buikoperatie geplaatst, dan moet je een paar dagen in het ziekenhuis worden opgenomen. Na de ingreep moet je volledige bedrust houden en helpen verpleegkundigen je met de verzorging. Je arts beslist wanneer je weer uit bed mag. Tot die tijd krijg je antistollingsmedicatie om trombose te voorkomen.

Ongeveer zes dagen na de operatie worden de hechtingen verwijderd. Als je weer goed mobiel bent en er geen complicaties zijn, mag je daarna naar huis.

De bevalling na een transabdominale cerclage

Een transabdominale cerclage is permanent, de baarmoedermond zal zich daardoor niet meer kunnen openen. Dat betekent dat je baby via een keizersnede geboren zal moeten worden. Dit zal normaal gesproken ongeveer in week 36-38 zijn. Ook tijdens de keizersnede zal de cerclage niet worden verwijderd.

Risico’s

Het plaatsen van een cerclage is een operatieve ingreep en is dus nooit helemaal zonder risico’s. Na elke operatie kan je een nabloeding krijgen, een wondinfectie, trombose of een longontsteking. Heel soms kan bij het plaatsen de vruchtzak worden aangeprikt, of kan er achteraf een infectie in de baarmoeder ontstaan, kunnen je vliezen breken, of kan de bevalling door de behandeling vroegtijdig op gang komen.

Neem contact op met het ziekenhuis wanneer je bloed of vocht verliest, je last hebt van samentrekkingen van de baarmoeder die op weeën lijken, of wanneer je het gewoon niet vertrouwt.

Facebook groep

Heb je te horen gekregen dat je (waarschijnlijk) te vroeg gaat bevallen en wil je graag aan andere ouders vragen wat je allemaal te wachten staat? Of vind je het fijn om ervaringen van andere ouders te lezen? Kleine Kanjers heeft een besloten Facebook groep waar je contact kunt zoeken met mede-ouders.

In de shop

Babyboek voor Prematuren

Kleine Kanjer! Babyboek voor Prematuren

 34,95

Zorgen voor je baby op de couveuseafdeling

Zorgen voor je baby op de couveuseafdeling

 14,95

Mijlpaalkaarten voor prematuren

Kleine Kanjer! Mijlpaalkaarten voor Prematuren

 17,50