Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

In de maand November delen wij een serie gastblogs die elk op een andere manier laten zien wat een enorme impact een vroeggeboorte kan hebben. Niet alleen op het leven van de te vroeg geboren baby zelf, maar ook op dat van de familie en vele anderen. We mogen er trots op zijn hoe sterk deze gebeurtenis ons heeft gemaakt en willen in november stilstaan bij de SuperPower die het ons gegeven heeft!
Dit blog werd geschreven door Petra en is de eerste in deze serie. Petra werd in 2014 na een zwangerschap van 32+1 weken moeder van Casper.

Achtbaan van emoties

Ik weet nog goed dat we de eerste dag na de bevalling van onze zoon aan de couveuse zaten, vol van zwangerschapshormonen en tegenstrijdige emoties. De ene na de andere specialist kwam langs en we kregen een berg aan informatie over ons uitgestort, waar we tot voorkort geen weet van hadden. De kinderarts, de fysiotherapeut, de lactatiekundige, de verpleegkundige, allemaal kwamen ze wat vertellen over onze zoon en wat ons de komende tijd te wachten stond. Als Casper, op het moment dat ik 36 weken zwanger zou zijn geweest, aan een aantal eisen voldeed (zonder sonde drinken, boven de 2kg wegen etc) én er zich geen complicaties zouden voordoen, zou hij mee naar huis mogen. Op dat moment dacht ik,

Ik wil nu het allerliefst 4 weken onder een steen gaan zitten en zodra alles goed is, kom ik er onder vandaan.

Ik wilde dit niet. Ik wilde me de ‘normale zorgen’ over m’n kind kunnen maken, zoals alle kersverse ouders. Over borstvoeding, boertjes en slaapjes enzo. Niet over hersenbloedingen, saturatiedips en ontwikkelingsproblemen.

Maar die steen was natuurlijk geen optie. Eigenlijk wil je ook geen seconde meer bij je kind vandaan en hem voor alle pijn en ellende beschermen, dus je gaat door. En het gekke is, je weet niet beter en je leeft vanaf dan in een soort van rare bubbel. Binnen no time word je, als ouder van een premature baby, expert in welke risico’s prematuriteit met zich meebrengt, het aflezen van de monitor waar je baby aan ligt en het herkennen van de verschillende piepjes. Want oh, wat waren we daar alert op. ’s Nachts, wanneer ik in bed lag, hoorde ik ze in mijn hoofd vaak nog. Gek werd ik daarvan.
De achtbaan van emoties waar je in terecht komt, is er een van uitersten. Van diep geluk tot intens verdriet. Er was de extreme euforie, we waren tenslotte gezegend met het mooiste kind op aarde en hij deed het naar omstandigheden goed. En, het allerbelangrijkste uiteraard, hij leefde! Omdat dit gevoel zo groot was, had ik aan de andere kant ook het gevoel dat het verdriet, wat we door alle zorgen en angst ervoeren, er niet mocht zijn. We moesten dankbaar zijn. Want we hadden alle reden tot dankbaarheid. Punt. Daarmee deed ik mezelf uiteraard tekort, maar ik denk dat het op dat moment een soort van overlevingsstand was. Ik wilde zo graag ‘gewoon’ genieten, dat ik probeerde de negatieve emoties zoveel mogelijk te onderdrukken. Dat lukte natuurlijk niet. Ik heb veel gehuild. Vooral de momenten waarop we ‘s avonds weer terug naar huis reden, Casper achterlatend in het altijd verlichte ziekenhuis, in zijn kleine warme huisje, de couveuse. Op die momenten voelde ik me zo leeg. Toch ik voelde me altijd een beetje schuldig als ik me zo verdrietig voelde. Er waren tenslotte babies die er veel slechter aan toe waren of ouders die het veel zwaarder hadden.

Het schuldgevoel stak ook de kop op als ik eigenlijk te moe was om naar het ziekenhuis te gaan. Mensen denken weleens dat je nog ‘lekker kunt genieten’ van je nachten wanneer je kind na de bevalling niet gelijk thuis is. Ook al heb je geen kind wat wakker wordt voor een voeding, je moet de voedingstijden van je baby aanhouden om te gaan kolven. Je melkproductie moet nog volledig op gang worden gebracht, aangezien je lijf nog niet helemaal weet dat je niet meer zwanger bent. Dus in plaats van een huilende baby wordt je midden in de nacht wakker van je wekker. De rest van de nacht lag ik met één oor te waken of het ziekenhuis niet zou bellen. En elke ochtend was ik weer opgelucht als Cas een goede nacht had gehad. Ook vergeet je soms dat je nog maar net bent bevallen, omdat je een paar dagen na de bevalling op de been en in de kleren moet om op en neer naar het ziekenhuis te gaan. Maar goed, daardoor was ik dus soms echt te moe om twee keer per dag naar het ziekenhuis te gaan en voelde me dan ook schuldig als ik een keer oversloeg of wel ging, maar dan maar kort bleef.

Naar Casper toe voelde ik me soms ook schuldig. Ik was er tenslotte niet toe in staat geweest hem 40 weken in mijn buik te houden. Ook al is de oorzaak van zijn vroeggeboorte onbekend en is het volgens de artsen waarschijnlijk domme pech geweest. Het voelde toch een beetje alsof mijn lijf gefaald had. Nu werd ook de zorg voor ons kind nog uit handen genomen. We waren zijn papa en mama, maar zo voelde het nog niet helemaal. Alleen al om dat kleine, broze lijfje met al die snoertjes en infuus uit de couveuse te halen, moesten we hulp krijgen van een verpleegkundige. Het voelt zo tegennatuurlijk om niet je eigen kind te kunnen pakken om hem te troosten of gewoon te knuffelen. Het ziekenhuis deed haar uiterste best om ons als ouders er zoveel mogelijk bij te betrekken en je zoveel mogelijk ‘ouders’ te laten voelen. Zo werden we consequent aangesproken als papa en mama van Casper, wat soms een beetje op mijn lachspieren werkte. Daarnaast waren er natuurlijk de ‘verzorgingsmomenten’, waarbij we Casper in badje mochten doen en natuurlijk de dagelijkse momenten van luiers verschonen en drinken geven. Ofwel borstvoeding in het spuitje van de sonde gieten. Ook al doe je zoveel mogelijk zelf, toch kijkt er altijd met een schuin oog een verpleegkundige mee en wij waren er natuurlijk een groot deel van de tijd ook niet. Daardoor had ik het gevoel dat niet wij, maar zij de verantwoordelijkheid voor Casper hadden. En dat was ergens wel veilig, want hij was zo klein en teer en broos, dat vond ik best wel eng. Met buidelen was ik soms bang dat die lieve, kleine kikkerbeentjes zomaar opeens de verkeerde kant opgevouwen konden worden. Maar, ook al voelde het ergens wel veilig, het grootste deel van de tijd vond ik het verschrikkelijk dat de verzorging van ons kind in handen van de klinische verpleging lag. Ook al waren ze nog zo lief voor hem. Het was tenslotte óns kind, ik wilde dat allemaal zelf kunnen en doen. En ja, ook daar voelde ik me schuldig over.
kk blog SP2 foto 2We zijn nu ruim een jaar verder en het gaat goed met onze kleine kanjer en daar ben ik oprecht heel dankbaar voor. Negatieve emoties probeer ik tegenwoordig wat meer toe te laten en te accepteren. Ze sluiten positieve emoties niet uit. Emoties komen en gaan, ze vertegenwoordigen niet wie je in wezen bent. Je mag gelukkig zijn, je mag bang zijn, je mag de longen uit je lijf huilen, je mag dankbaar zijn, je mag wanhopen. En ja, je mag ook een steek van jaloezie voelen als je op bezoek bent bij je vriendin of zus die heerlijk met de kleine in haar kraambed ligt, ook al ben je dolblij voor haar. Laat het maar toe en voel je er niet schuldig over. Het kan allemaal naast elkaar bestaan, dat is het mooie.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn