Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Alweer een tijd geleden plaatsten wij namens Femke een verzoek op Facebook om een enquete in te vullen voor haar profielwerkstuk. De hoofdvraag luidde: “Hoe worden de effecten, op het gezin, van een opname op de
afdeling neonatologie beïnvloed?” Aanleiding voor het kiezen voor dit onderwerp, was de geboorte van haar broertje in 2005, en zijn overlijden, een week na de geboorte. Bij het maken van dit werkstuk sprak zij onder andere met psychologe van het Erasmus MC-Sophia, mevrouw F. Sampaio de Carvalho, verpleegkundig teamleidster K. Frank en maatschappelijke werkster M. de Klerck van het Radboud UMC en kinderarts-neonatoloog R. Witlox en maatschappelijk werkster M. Duijvestijn van het LUMC.

Inmiddels heeft haar presentatie plaatsgevonden en zij werd beloond met een mooie 9. Bovendien ontving ze de tweede prijs bij de verkiezing mooiste profielwerkstuk van het jaar van haar school. Een van de geïnterviewde gynaecologen reageerde heel mooi met “Het maakt dat ik me, nog meer dan eerder, bewust ben van de impact van een opname op ouders en broertjes en zusjes.” In dit blog mogen de het resultaat delen voor wie het wil lezen, en plaatsen we een paar fragmenten.

Hieronder de conclusie in het kort samengevat. Het hele werkstuk is te downloaden via deze link.

Conclusie

“Het wordt steeds duidelijker dat er effecten zijn bij ouders na een opname op de neonatologie. Deze effecten kunnen kort optreden maar ook een langere duur komt voor. Veel ouders hebben het meest last van emotionele reacties, maar ook op gedragsmatig, cognitief en fysiek gebied kunnen er reacties optreden. Bij klachten van langere duur heeft een groot deel van de ouders last van een of meerdere symptomen van posttraumatische stress. Tevens zijn er ouders die serieuze gezondheidsproblemen, zowel fysiek als psychisch, door de opname gekregen hebben. Wanneer ouders al een ouder kindje hebben, kan dit zorgen voor meer stress bij de ouders omdat ze het gevoel hebben dat ze zich moeten opsplitsen. De eventuele broers en/of zussen kunnen van opname een trauma oplopen, al komt dat niet vaak voor.

Er is, gekeken naar de korte periode, vooral op gedragsmatig en cognitief gebied een verschil van effect te zien tussen de groep ouders van uiteindelijk overleden kinderen en ouders wiens kind naar huis is gegaan. Ouders van wie hun kind is overleden hebben minder last van gedragsmatige (15% verschil) en cognitieve (ruim 10% verschil) reacties.

Op langere termijn impliceert de onder de ouders gehouden enquête dat ouders van wie hun kind is overleden meer last hebben van symptomen van posttraumatische stress. Verder gaven veel meer (ruim 15% meer) ouders van wie het kind naar huis is gegaan, aan geen symptomen te herkennen of ervaren.

Wanneer een gezin gelovig is, lijkt het in eerste instantie de opname beter te verwerken dan een atheïstisch gezin. Atheïsten ervaren 15% vaker gedragsmatige reacties dan gelovige gezinnen. Ouders die geen geloof aanhangen, maar niet atheïstisch zijn, hebben een miniem verschil met ouders die gelovig zijn, al lijken gelovigen meer last van cognitieve en fysieke reacties te hebben dan niet gelovigen. Op langere termijn hebben de gelovige gezinnen meer last van symptomen posttraumatische stress, terwijl de atheïsten tegen die tijd de opname al een beetje verwerkt hebben.

In de meeste gevallen wordt in ziekenhuizen mentale begeleiding aangeboden. De meerderheid van de ouders maakt van deze gelegenheid gebruik. Zestien procent van de ouders die gebruik hebben gemaakt van de mentale begeleiding heeft er geen baat bij gehad. Voor hen kwam de begeleiding vaak te vroeg, waardoor de ouders uiteindelijk de klap zelf moesten verwerken. Ook zijn er ouders die de aangeboden hulp hebben afgeslagen om verschillende redenen; er zijn ouders die denken dat ze het wel aankunnen en later toch instorten, maar ook ouders die genoeg hebben aan vrienden, familie en verpleging.

De algemene conclusie is dat er effecten zijn op ouders en de eventuele broers/zussen. De effecten die optreden verschillen wanneer een gezin gelovig of atheïst is, een kindje overlijdt of wanneer het kindje weer naar huis gaat. De kwaliteit van de mentale begeleiding is ook een factor.”

Aanbeveling

“De effecten van een opname op de afdeling neonatologie op het gezin zijn nog niet goed onderzocht. Veel ouders geven aan dat er meer kennis moet komen over de impact van de opname op het gezin. Mijn aanbeveling is om een vervolgonderzoek te doen naar alle effecten die op korte en lange termijn voorkomen bij een opname op de afdeling neonatologie. Wanneer er meer bekendheid komt over de gevolgen van een opname bij ouders, maar ook bij eventuele broertjes en zusjes, kan de zorgverlening daarop inspelen en dus verbeteren.”

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn