Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn

Deense wetenschappers veronderstellen dat het ontwikkelen van allergieën afhankelijk is van de blootstelling aan bacteriën in de babytijd. Kinderen die in hun babytijd blootgesteld worden aan een variëteit aan bacteriën, lopen in hun latere leven minder risico op het ontwikkelen van een allergie. Ook een vaginale geboorte draagt bij aan een verminderd risico.

Onderzoekers vonden een direct verband tussen de hoeveelheid verschillende bacteriën in de endeldarm en het ontwikkelen van een allergie in het latere leven.

Een vaginale geboorte maakt al verschil. Wanneer kinderen langs de natuurlijke weg geboren worden, passeren ze door het geboortekanaal de endeldarm van de moeder. Daar krijgen ze de eerste bacteriën mee van de moeder. Kinderen die via een keizersnede worden geboren, krijgen logischerwijs deze bacteriën niet mee. Dit zou het risico op ontwikkelen van allergieën op latere leeftijd verhogen.

Voor de geboorte en in het eerste half jaar na de geboorte wordt een baby beschermd door het immuunsysteem van de moeder. Ook als de moeder tijdens haar zwangerschap antibiotica krijgt toegediend kan dit de darmflora van de baby beïnvloeden.
Overigens gaat het niet om één expliciete bacterie die het risico op allergieën verminderd. Het gaat om een variëteit van bacteriën die het immuunsysteem van de baby kunnen beïnvloeden. De invloed van bacteriën is maar kort en stopt na een aantal maanden na de geboorte van het kind.

Ook astma en hooikoorts kunnen zo, weliswaar door andere verschillende factoren, worden getriggerd in het begin van het leven van een kind.


Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedIn